Afscheidsfeest Roy Curvers om nooit te vergeten

Marcel Gouka    20 oktober 2019

De uitnodiging voor het afscheidsfeest van profwielrenner Roy Curvers viel weken geleden in de bus en meteen dacht ik: ’Geweldig, daar ga ik met veel plezier naar toe.’ Voorbije zaterdag vond het feest plaats in Roggel, de woonplaats van de veelvoudige Tour de France-renner wiens wieg in het buurdorp Haelen stond. Het was – ik kan niets anders zeggen – een happening die ik niet gauw zal vergeten. Prima presentatie, gemoedelijkheid én anekdotes in het kwadraat, maar tevens een reünie van renners, oud-renners en andere personen die in het wielerleven van Rou Curvers een rol hebben gespeeld. De mensen van wielerclub ’Midden-Limburg ’ waar hij ooit was begonnen waren er net zo goed als zijn voormalige plaatsgenoot ën huidige ploegleider Frans Maassen, teammanager Iwan Spekenbrink van Sunweb,  de Limburgse sportarts Géne Janssen, alsook – jawel – Tom Dumoulin, Mike Teunissen, Marcel Kittel, Simon Geschke, Laurens ten Dam, Kenny van Hummel, Albert Timmer en nog heel veel andere renners en oud-renners. Ik excuseer mij voor degenen die ik niet heb genoemd. Overigens, ikzelf mocht – zoals bij de invitatie was gevraagd – eveneens een bijdrage aan de avond leveren in de vorm van een gesproken column. Natuurlijk heb ik dat gedaan. U kunt die nú bekijken. Veel leesplezier. Hier komt ie …..

’Zouden we vanavond Roy Curvers kunnen uitzwaaien als zijn vroegere dorpsgenoot Frans Maassen zo’n vijfendertig jaar geleden bij het Roermondse RFC was gaan voetballen en niet voor de racefiets had gekozen? Ik hoor U al denken: ’Waar heeft die enigszins bejaarde man het nú over?’ Rustig, mensen, ik probeer het uit te leggen. Maassen legde een aanbod om boetbalclub Haelen te verruilen voor het hoger spelende RFC naast zich neer om vervolgens een schitterende wielercarrière uit te bouwen. En dus gingen Roy Curvers en diens vriendjes hun beroemde plaatsgenoot nadoen toen hij in de Tour zijn opwachting maakte. Na schooltijd werd er om het hardst door het dorp gefietst. Iedereen zag zich reeds als opvolger van Frans.

Het is uiteraard niet te bewijzen dat Roy anders geen wielrenner was geworden, maar dat de basis toch op het einde van die jaren tachtig, begin negentig werd gelegd, mag best verondersteld worden. Vergeet overigens niet dat Haelen en Roggel, de vroegere en huidige woonplaats van onze feesteling, veel eerder – ik bedoel de eerste decennia na de oorlog – allesbehalve bekend stonden als wielernesten. Oké, er werden door de plaatselijke schutterij of carnavalsvereniging wel eens wedstrijden georganiseerd om de clubkas te spekken – meestal een koers van de Limburgse Wielerfederatie die men de ’wilde bond’ noemde – maar daar bleef het bij. De bolwerken van het cyclisme lagen elders. Echter, de tijden veranderden, de regio en gemeente  Leudal gingen volop meedoen in de wielersport, zeker toen ook nog eens een andere inwoner, Bart Brentjens, tot de wereldtop in het mountainbiken doorstootte.  Allicht dat Roy Curvers geïnspireerd raakte om óók te gaan koersen.

Voor een debutant behoorde hij niet meer tot de jongsten, het deed niks af aan het plezier in de sport op twee wielen. De fiets was er niet alleen om zich fysiek happy te voelen, óók om het hoofd helemaal leeg te maken als tegenslag overwonnen moest worden. Bovendien, hij vergat niet dat er buiten de sport nog iets anders was. Hij verwaarloosde de studie allerminst en combineerde zijn wieleractiviteiten onder meer met de job van deurwaarder. Tussen haakjes, ik ben hem in dát tijdvak niet tegengekomen. Mijn pensioen dat ik bij het Limburgs Dagblad had opgebouwd was weliswaar ook tóen al niet geïndexeerd, maar ik kon me redden. Trouwens, ik heb altijd geschnabbeld bij het leven. Ik heb zelfs in mijn aow-jaren een paar sportboeken geschreven die ik zeker de Limburgse wielerliefhebber durf aan te bevelen. Dit even terzijde. Snel terug naar Roy Curvers, die in het semi-professionele circuit een renner werd om rekening mee te houden. Winst in de  Dorpenomloop of Ronde van Midden-Brabant, om maar iets te noemen, werd gevolgd door een etappezege in Olympia’s Tour. Hij was destijds 27 jaar, hunkerend naar de overstap die van hem een full-prof zou maken. En, heerlijk toch, de wens ging in vervulling. Skil-Shimano haalde hem binnen. We zijn intussen met Parijs-Tours achter de rug een jaar of twaalf verder en Roy is de ploeg altijd trouw gebleven, al veranderde de sponsornaam verschillende keren om uiteindelijk Sunweb te gaan heten. Een team om U tegen te zeggen.

Allerbeste Roy, ik heb jouw lange profloopbaan met veel interesse gevolgd, al deed ik dat vanwege mijn pensioengerechtigde leeftijd niet meer zoals in lang vervlogen tijden toen ikzelf nog als verslaggever jaar in, jaar uit van Sanremo naar Roubaix en Vlaanderen en van Zwitserland, Giro, Parijs-Nice, Dauphiné Libéré naar de Tour trok, negentien keer in totaal deze Franse rondrit. Maar ook op afstand heb je bij mij bewondering afgedwongen voor de wijze waarop je jouw beroep hebt uitgeoefend. Je kon de koers lezen, je was steun en toeverlaat van je kopmannen,  je fungeerde als onmisbaar verlengstuk van de ploegleiding en je genoot intens als het werk bekroond werd met overwinningen.  De triomfen van Dumoulin, Kittel, Degenkolb, ik kan nog wel even doorgaan, waren voor een niet onbelangrijk deel ook jouw succes. Voeg ze daarom toe aan de triomf die jij zelf behaalde in Halle-Ingooigem 2011, de Belgische semiklassieker waarin je  Pieter Jacobs, Gianni Meersman en Greg van Avermaet achter je liet. Trouwens, aan waardering voor jou heeft het in de ploeg nooit ontbroken. Ik weet het honderd procent zeker. Ook een gepensioneerd sportjournalist heeft nog zijn contacten.

Roy, je hebt de drie grote ronden voor de kiezen gekregen, de Tour zelfs zes keer achter elkaar als ik me niet vergis. Altijd aan de finish gekomen. Ook dát is een pluim waard.

Je bent overigens niet de enige Limburger die Tour, Giro én Vuelta hebben gereden. Tom Dumoulin, Wout Poels en Rob Ruijgh hebben dat óók gedaan. Marc Lotz en Max van Heeswijk eveneens, net als Peter Winnen en – toen jij nog niet was geboren – provinciegenoten als Jaap Kersten, Piet van den Brekel en Jan Nolten. Jawel, heel lang geleden. Ter geruststelling voor de jongeren alhier, denk nou niet dat er toen nog dinosaurussen door onze straten liepen. À propos, wat het rijden van de drie grote ronden betreft wil ik evenmin niet-Limburgers als Arie den Hartog, Theo de Rooy, Laurens Ten Dam en Karsten Kroon vergeten die geruime tijd hier woonachtig zijn geweest. Misschien – ik excuseer me daarvoor al bij voorbaat – heb ik zelfs deze of gene over het hoofd gezien. In ieder geval, Roy, jij hebt wielergeschiedenis geschreven. En je bleef de faire, sympathieke sportman die je vanaf het begin was. Hulde. Over een paar maanden word je 40 jaar, een mijlpaal waarvan gezegd wordt dat het leven dan pas echt begint. Vanaf deze plek wens ik jou en je gezin een fantastische toekomst. Merci en proficiat voor alles.’

Wiel Verheesen