Vuelta van vroeger (zevende aflevering) door Wiel Verheesen

Marcel Gouka    8 september 2019

Nog voordat Joop Zoetemelk in 1979 de Ronde van Spanje won leek Hennie Kuiper bezig met het binnenhalen van de eindzege. Echter, zowel in ’75 als ’76 viel hij op het einde van de race weg uit de top van de rangschikking. Met name in laatstgenoemd jaar was de teleurstelling hierover heel groot. Kuiper beëindigde die Vuelta notabene nog met de leiderstrui om zijn schouders! Maar het resultaat dat hij neerzette in deze slotetappe over ruim 30 kilometer tegen de klok viel tegen. Toen de tijden van alle overgebleven negenenveertig  deelnemers bijeen waren  geteld vond Hennie zichzelf pas terug op de … zesde plaats. De Spanjaard Pesarrodona stond op het hoogste ereschavot.  Zijn landgenoot Luis Ocana (tweede) en José Nazabal flankeerden hem. Voor Kuiper was niet eens de troostprijs van best geklasseerde renner uit de ploeg. Die ging naar Didi Thurau, de Duitse wielerheld in dienst van TI-Raleigh. ’Der Didi’ behaalde tevens vijf etappezeges, waaronder de afsluitende tijdrit. Vijf andere ritten kwamen in Nederlandse handen, maar voor deze oogst was wél een kwartet nodig: Theo Smit (2 zeges), Cees Priem, Gerben Karstens en Kuiper. Van deze vier maakten Karstens en Kuiper deel uit van de Raleighploeg die naast Thurau een andere Duitser, Günther Haritz, alsmede de Belg José de Cauwer (1x ritwinnaar) en de Nederlanders Bert Pronk, Jan van Katwijk, Gerrie Knetemann, Co Hoogendoorn en Aad van den Hoek in de gelederen had. Smit en Priem verdedigden de kleuren van Frisol.

Eén dag voor de tijdrit in San Sebastian had het drama-Kuiper zich overigens al aangekondigd. In de klim naar Santuario de Oro weigerde het versnellingsapparaat plotseling alle dienst. Zijn Spaanse belagers grepen dit voorval aan om meteen te demarreren. Kuipers teambaas Peter Post (’Ik dacht dat ik gek werd,’ liet hij na afloop optekenen) kon niet snel genoeg op de plek des onheil zijn. Hennie kreeg de fiets van ploegmakker Pronk, maar toen Post eindelijk met reservemateriaal ter plaatse was reden de Spaanse aanvallers al ver vooruit. De voorsprong die Kuiper ’s morgens nog had was ten opzichte van Pesarrodona geslonken tot … twee seconden. Deze marge bleek dus te klein om na Jan Janssen – de triomfator van 1967 – de tweede Nederlandse Vueltawinnaar te worden. Kuiper bouwde ook zonder eindwinst in Spanje (waar hij in 1975 op de vijfde plaats terecht gekomen was) een fantastische erelijst op. Hij werd olympisch- en wereldkampioen, hij pakte de nationale titel en de eindzege in de Ronde van Zwitserland, plus vier van de vijf topklassiekers: Milaan-Sanremo, Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix en Ronde van Lombardije. Twee keer werd hij tweede in de Tour, in 1977 achter Bernard Thévenet, in ’80 achter Joop Zoetemelk.

Toen laatstgenoemde een jaar eerder de Vuelta naar zich toe trok reed hij nog niet bij TI-Raleigh, maar was hij in dienst bij Miko-Mercier.  En behalve een achttal Fransen had Zoetemelk één Nederlander als ploeggenoot, de West-Brabander Frits Pirard. Tot de negentig deelnemers behoorden voorts drie andere  landgenoten. Zij stonden bij Boule d’Or-Lano op de loonlijst: Cees Bal en de gebroeders Adrie en Jan van Houwelingen. Enkele maanden eerder had het er overigens naar uitgezien dat de Vuelta niet zou doorgaan. De wegblokkades of het strooien van kopspijkers door de Baskische afscheidsbeweging ETA hadden de krant die het evenement organiseerde doen besluiten te stoppen. Maar voorzitter Luis Puig van de Spaanse wielerbond greep in. Met steun van het evenementenbureau Unipublic werd de rondrit alsnog gehouden. Voor Joop Zoetemelk, bezig aan zijn tiende profseizoen,  was het overigens pas de tweede keer dat hij present tekende. De eerste keer (in 1971) had hij met Tino Tabak, Evert Dolman, de Luxemburger Edy Schutz, de Duitser Karl-Heinz Muddemann en een vijftal Belgen de Mars-Flandriaploeg gevormd. Met een ritzege op zak en de zesde plaats in het eindklassement, gewonnen door Ferdinand Bracke, was hij naar huis gekomen. Bij de tweede deelname begon Joop met het winnen van de proloog en het dragen van de leiderstrui in de volgende zes ritten. Daarna nam ploegmakker Levavasseur het commando over. Toen er nog één koersweek op het programma stond vond Zoetemelk het niettemin tijd om te tonen wie eigenlijk de baas was. Hij trok het leidersshirt opnieuw aan en hield het (mede doordat een echt Spaans tegenoffensief achterwege bleef) bijna moeiteloos in bezit. Francisco Galdos legde op de tweede plaats beslag. Michel Pollentier werd derde. En net als Zoetemelk hadden Cees Bal en Jan van Houwelingen het zoet van de dagzege kunnen proeven.

In de winter van 1987 nam Joop afscheid van de wedstrijdsport. Dat slotstuk vond plaats op de piste in de Eurohal van Maastricht. Daar werd de oud-wereldkampioen – die met de Liechtensteiner Hermann een koppel in de zesdaagse had gevormd – door een uitzinnig publiek uitgezwaaid. Deze laatste wedstrijd van hem was trouwens ook de laatste van de twaalf zesdaagsen die in de Eurohal doorgingen. Het gebouw werd afgebroken. Elders in de stad verrees het MECC, maar dáár bleek het organiseren van een zesdaagse niet haalbaar. Na welgeteld één poging, een paar jaar na de eeuwwisseling, werd de handdoek gegooid.