Vuelta van vroeger (tiende aflevering) door Wiel Verheesen

Marcel Gouka    14 september 2019

Toen ik naar de voorlaatste rit van de Vuelta zat te kijken dacht ik plotseling terug aan een septemberzaterdag in 2015. En thuis in het Belgische Kanne zal Tom Dumoulin dat waarschijnlijk óók gedaan hebben. Precies vier jaar geleden immers werd hij in Spanje op de voorlaatste dag van de leiding verdrongen door Fabio Aru, de Italiaan die met zijn Astana-makkers eerst de Nederlander  isoleerde en vervolgens op achterstand zette. Dat ver vooraan door anderen om de dagzege werd gestreden was gewoon bijzaak. Het ging om de eindoverwinning. Dumoulin of Aru. Dus was het eigenlijk alleen maar voor de statistiek interessant dat Ruben Plaza, een Spanjaard in Italiaanse dienst, de etappe op zijn naam schreef en de Portugees José Goncalves in tweede stelling arriveerde. In de eindrangschikking kwamen zij (in omgekeerde volgorde) ergens tussen de dertigste en vijfenveertigste stek terecht. Geen mens die er wakker van lag.

Het kwijtraken van de leiderstrui was voor Dumoulin overigens niet de enige tegenvaller. Hij viel zelfs terug naar de zesde plaats. Behalve Aru wipten de Spanjaard Rodriguez, de Pool Majka en de Colombianen Quintana en Chaves hem nog voorbij. Kortom, een dreun voor de toen 24-jarige Maastrichtenaar. Dat zijn teamgenoot bij Giant-Alpecin, de Duitser John Degenkolb, een dag later in de straten van Madrid ter afsluiting naar ritwinst sprintte deed daar weinig of niets aan af.

De Ronde van Spanje ’15 was de tweede waaraan Dumoulin deelnam. De eerste, drie jaar eerder, had hij niet uitgereden. Waarschijnlijk zou zijn tweede optreden trouwens óók nog even hebben moeten wachten als het eerder in het betreffende seizoen allemaal naar wens was gegaan. Met andere woorden, hij had toen zijn ambitieuze plannen voor de Tour de France niet kunnen realiseren omdat het noodlot toesloeg. Al in de derde etappe, Antwerpen-Huy, was hij namelijk door een zware val tot opgave gedwongen. Het gebeurde uitgerekend op een dag dat duizenden Nederlanders naar de finishplaats waren getrokken om hem dáár, zo was de verwachting, het geel te zien veroveren. Tom was immers na de inleidende tijdrit in Utrecht, gevolgd door de waaier-etappe naar Neeltje Jans in Zeeland, tot de voorste gelederen van het klassement doorgedrongen. En met zijn klimkwaliteiten moest hij op de Muur van Huy in staat zijn toe te slaan. Echter, tussen verwachtingen en werkelijkheid ligt een wereld van verschil. Het werd in die Tour weer eens duidelijk.

Dus was de Vuelta, zes weken ná de val, een ideale gelegenheid om het seizoen nog iets meer glans te geven. Had hij in voorgaande jaren al niet mooie dingen laten zien?  En was hij in 2015 ook al niet in de Tour Down Under (vierde), Ronde van Baskenland (ritzege) en Ronde van Zwitserland (derde in de eindstand plus 2 ritoverwinningen) prima voor de dag gekomen? Nou dan. Waarom niet in Spanje de lijn doortrekken? Het hoefde niet eens het hoogste podium te zijn. Ook anderszins was genoeg eer te behalen. Koen de Kort en Tom Stamsnijder waren de enige landgenoten die hij aan zijn zijde kreeg. De Amerikaan Craddock, de Belg Waeytens, de Sloveen Mezgec, de Fransman Hupond en de Duitser Fröhlinger naast de reeds genoemde Degenkolb waren de overige teamgenoten. Eenmaal aan de slag maakte Dumoulin duidelijk dat hij inderdaad de bedoeling had om zich in de kijker te rijden. De inleidende ploegentijdrit viel weliswaar zwaar tegen, maar de volgende dag sleepte hij achter Chaves al de tweede plaats uit het vuur. Weer een paar dagen nadien werd hij derde en toen hij in de negende rit de hoofdprijs pakte (Froome werd tweede) vond hij zichzelf terug op de eerste plaats van het klassement. Tja, toen werd het echt ernst. De leiderstrui raakte hij weliswaar snel kwijt aan Aru en vervolgens Rodriguez, maar hij bleef in kansrijke positie. Toen hij in de zeventiende etappe, een tijdrit over 40 kilometer rond Burgos, iedereen verpletterde en weer klassementsaanvoerder werd, gingen niet alleen hijzelf en de ploeg aan de eindtriomf denken. Het vaderland begon daar óók in te geloven. Dumoulin was hét nieuws van de dag.

En zo kwam dus die allesbeslissende twintigste en tevens voorlaatste etappe. Hij vocht als een leeuw, maar de Astana’s van Aru kenden geen mededogen. Luis-Leon Sanchez en Andrey Zeits glipten namens de Italiaan mee met een vroege vlucht. Twee anderen, Dario Cataldo en Diego Rosa, persten vervolgens in het alsmaar slinkende peloton een verschroeiend tempo  uit hun benen toen de voorlaatste col beklommen moest worden. En niet veel later lanceerde Mikel Landa zijn kopman Fabio Aru. Met de moed der wanhoop streed Dumoulin tegen de overmacht. Intussen hadden Zeits en Sanchez zich uit de kopgroep laten terugzakken tot bij hun kopman. Als een TGV snelde Astana naar de streep. De paar seconden voorsprong die Dumoulin bij de start nog had werden omgebogen in een achterstand van dik drie minuten! Geen leiderstrui meer. Zelfs geen podiumplaats. Wielrennen kan fascinerend zijn, maar ook bikkelhard.

Twee jaar na die bewuste Vuelta stond Tom Dumoulin echter tóch zelf op het hoogste ereschavot. Als eerste Nederlander had hij namelijk de Giro d’Italia gewonnen. Duizenden mensen brachten hem een paar dagen later een onvergetelijke hulde in zijn geboortestad. De sympathieke Maastrichtenaar – die naderhand onder andere ook nog wereldkampioen tijdrijden werd alsmede tweede in zowel de Giro als Tour – was een vedette geworden. Allicht dat zijn wederoptreden volgend jaar, áls hij volledig hersteld is van zijn zware val in de voorbije Giro, met grote interesse wordt gevolgd. Forza Tom.

Een gedachte...

  1. Jan Sevriens

    Wiel, ik ben heel blij met je verhalen over de Vuelta,
    ik print ze uit, doe er een mooie omslag bij en ik heb weer een mooi boekje.

    Dank je wel!!!!!

Commentaren gesloten