Vuelta van vroeger (negende aflevering) door Wiel Verheesen

Marcel Gouka    12 september 2019

Met de overwinning in Luik-Bastenaken-Luik op zak vloog Eddy Merckx enkele dagen later in 1973 naar Spanje waar hij voor het eerst (!) in zijn toen al ruim achtjarige profcarrière aan de Vuelta zou deelnemen. Luik-Bastenaken-Luik was overigens niet de enige topkoers in deze prille wielerlente die hij op zijn naam schreef. Na al toegeslagen te hebben in de Ronde van Sardinië had hij namelijk ook Omloop Het Volk, Gent-Wevelgem, Amstel Gold Race (in beestenweer) en Parijs-Roubaix aan zijn indrukwekkende erelijst toegevoegd. Kortom, met zijn Molteniploeg geselde Merckx het peloton.

In de Tour de France van dát jaar zou hij dat overigens niet doen. Na vier achtereenvolgende zeges had hij besloten de Ronde van Frankrijk een jaartje over te slaan en vóór de Giro d’Italia naar de Vuelta te trekken. De Spaanse organisatoren hadden daarvoor een fors bedrag over. Het startgeld van de Belg lag in ieder geval veel hoger dan de startvergoeding voor de nationale held Luis Ocana. Weer een andere Spanjaard, Fuente, zou ook met beduidend minder peseta’s (de euro bestond nog niet) tevreden moeten zijn. Maar dat accepteerde hij niet. Fuente, de winnaar van een jaar tevoren, bleef thuis om zich daar op de Giro voor te bereiden. Eddy Merckx had in Spanje negen Belgen aan zijn zijde: Roger Swerts, Vic van Schil, Ward Janssens, Joseph Bruyère, Jos Huysmans, Willy In ’t Ven, Jos Spruyt, Frans Mintjens en Jos de Schoenmaecker. Een hecht gezelschap. Of er ook Nederlanders van de partij waren? Welgeteld eentje, maar die sleepte wél vier etappezegs uit het Spaanse vuur. Zijn naam? Gerben Karstens. Hij behoorde tot Rokado, een ploeg die een Duitse licentie had, maar met de Fransman Pingeon en Belgen als Pieter Nassen, Herman van Springel en Eddy Peelman een internationaal gezelschap vormde. Het team stond trouwens onder leiding van een Belg, Florent van Vaerenbergh, die normaliter de rechterhand van zijn landgenoot Lomme Driessens was. Ocana voerde het BIC-team aan met onder meer de Luxemburger Johnny Schleck en Portugees Agostinho in de gelederen. Bij Peugeot waren Thevenet, Leman, Esclassan en Bracke de bekendste namen. Voorts waren er drie Spaanse teams en een Spaans/Portugese combinatie present. In totaal 8 ploegen, 80 man.

Merckx begon zijn campagne zoals men dat van hem gewend was. Hij schreef de proloog op zijn naam. De leiderstrui droeg hij niet lang. Hij vond het zelfs niet erg dat eerst Karstens (twee dagen) en daarna Pesarrodona van thuisploeg KAS (gedurende een week) aan het bewind kwamen. Merckx en zijn Molteni’s bleven de zaken gewoon controleren. Pas in de achtste en tiende rit sloeg de meester zelf weer toe. Het was ook rond deze tijd dat hij opnieuw het klassement ging aanvoeren. En om duidelijk te maken dat daar niemand anders dan hij thuishoorde eiste Merckx ook nog de vijftiende etappe (een tijdrit), de zestiende etappe en in San Sebastian de afsluitende rit tegen te klok voor zich op. Tussendoor had hij met zijn makkers tevens het tweede deel van de zesde etappe, een ploegentijdrit in La Pobla de Famals, gewonnen. In de eindstand telde ’de kannibaal’ bijna vier minuten voorsprong op Ocana. De derde plaats was voor Bernard Thevenet, de vierde voor Pesarrodona, de vijfde voor Pedro Torres, de zesde voor Agostinho, enzovoort.

Nee, Gerben Karstens stond in de slotrangschikking niet meer tussen de tweeënzestig namen die daarop vermeld waren. Na zijn vier dagzeges en het kortstondig dragen van de leiderstrui was hij net vóór het slotweekeinde naar huis gegaan. Hij was boos, zei hij, omdat hij toch niet als eindwinnaar van het puntenklassement gehuldigd zou worden. Beter gezegd, hij zou het geld dat aan deze nevenrangschikking verbonden was niet uitbetaald krijgen. In het wedstrijdreglement stond namelijk dat je bij de eerste twintig in het ’gewone’ klassement moest staan om de poen te incasseren. En omdat ’de Karst’ zich vooral op de vlakke etappes had geconcentreerd (en in de bergritten veel tijd had verloren) was de klassering in de top-20 achterwege gebleven. De puntentrui ging zodoende naar Merckx.

Overigens, een paar weken voordat de Ronde van Spanje was begonnen had Karstens al om een andere reden voor ophef gezorgd. Toen de Rokado-ploeg in de buurt van Dortmund aan de internationale sportpers werd gepresenteerd, bleek dat hij niet in de kern van deze formatie was opgenomen. Hij was bij Haro ingedeeld, een ’schaduwploeg’ van Rokado.  De eigenaar van deze meubelfabriek, Robert Kahl, had namelijk zóveel renners door de technische staf laten contracteren – waaronder een aantal Duitse baanrenners en neoprofs – dat het moeilijk zou worden om ze allemaal voldoende startgelegenheid te bieden. Vandaar het oprichten van een B-ploeg, Haro dus. Die zou weliswaar best vaak aan de bak komen, maar vanwege de band met Rokado niet mogen starten in de koersen waarvoor de hoofdmacht werd uitgenodigd. En Karstens wilde uiteraard zijn reputatie bevestigen en uitbouwen in het grote werk. Vandaar dat hij aan de slag ging om naar Rokado overgeheveld te worden. Dat gebeurde. En de Leidenaar liet met zijn zegereeks in Spanje (en elders) zien dat hij recht van spreken had.

Karstens ging na de Vuelta’73 nog een paar keer terug naar de Spaanse rondrit. Merckx daarentegen nooit meer. Hij had het met de Tour, Giro, WK, Klassiekers en andere koersen druk genoeg. In maart 1978 reed de Belg zijn laatste wedstrijd, de Omloop van het Waasland in de buurt van Sint Niklaas. Een ongeëvenaarde loopbaan was daarmee voorbij. Eddy Merckx is momenteel 73 jaar. De sport waarin hij de grootste was volgt hij nog altijd met veel interesse. Trots op zijn kinderen en kleinkinderen. Een fijn mens.

Een gedachte...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *