Vuelta van vroeger (achtste aflevering) door Wiel Verheesen

Marcel Gouka    10 september 2019

Met tweevoudig oud-wereldkampioen Rik van Looy als ploegleider vlogen tien Belgische renners in de lente van 1974 naar Spanje om deel te nemen aan de Vuelta. Ze vormden het team dat gesponsord werd door IJsboerke, een roomijsmerk. De oprichter hiervan, Staf Janssens, was met de verkoop van dit gelijknamige product gestart toen hij nog in Tielen en omgeving als venter langs huizen of naar kermissen trok. Al gauw liepen de zaken zó goed dat het eenmansbedrijfje tot een groothandel uitgroeide die op een gegeven moment vele honderden personeelsleden telde. De sponsoring van een professionele wielerploeg paste in de strategie van de firma. Kortom, IJsboerke werd in de jaren zeventig een begrip in het peloton. Niet alleen Belgische kopstukken als Walter Godefroot, Roger Swerts, Rik van Linden, Frans Verbeeck, Daniël Willems en Marc Demeyer droegen het shirt van de ploeg. Ook de Duitser Didi Thurau en onder meer de Nederlanders Peter Winnen, Fedor den Hertog, Theo de Rooy en Bert Pronk deden dit, alvorens de formatie beginjaren tachtig door Capri Sonne werd overgenomen.

De ploeg waarmee Van Looy in ’74 naar Spanje trok was weliswaar nog in de opbouw, maar telde toch al zóveel kwaliteit dat er met het nodige optimisme naar de strijd mocht worden uitgekeken. Echter, toen het tijdstip naderde waarop de proloog in Almeria zou beginnen waren de ploegauto’s nog in geen velden of wegen te zien. De renners, waaronder Roger Swerts, Rik van Linden en Julien Stevens,  hadden alleen hun frame meegenomen, de rest van het materiaal werd door de mecaniciens en andere verzorgers met auto’s vanuit België vervoerd. Waarom het begeleidend personeel niet op tijd ter plaatse was? Heel simpel. De auto’s waren door de douane in Irun …. 20 uur opgehouden. Een en ander als gevolg van het feit dat de chauffeurs niet de grensovergang hadden gekozen die vooraf volgens de toen geldende regels was opgegeven. Op de formulieren stond La Jonquera vermeld en niet Irun. Daarom gingen de Spaanse douaniers tot een grondige inspectie over. Intussen moest Van Looy uiteraard naar een oplossing zoeken. Hij ging bij collega-ploegleiders langs om wielen en andere benodigdheden te lenen die nodig waren voor zijn renners. Roger Swerts, bijvoorbeeld, kreeg zodoende de wielen van de Spanjaard Luis Ocana. En weet U wie vervolgens de snelste tijd in de proloog neerzette? Roger Swerts, jawel. De toen 31-jarige renner uit Heusden-Zolder had in voorgaande jaren vooral als meesterknecht van achtereenvolgens Raymond Poulidor en Eddy Merckx zijn brood verdiend, maar ’tussen de bedrijven door’ zelf toch eveneens mooie uitslagen behaald. Hij won niet alleen het Belgisch kampioenschap en twee keer de Ronde van België, maar schreef ook Gent-Wevelgem, Kampioenschap van Zürich, de Grand Prix des Nations  en (aan de zijde van Merckx) de koppeltijdrit om de Trofeo Baracchi op zijn naam. Hij reed zeven keer de Tour, zes keer de Giro, driemaal de Vuelta en telkens haalde hij het einde. Bovendien won hij in de Giro één rit en in Spanje zelfs vijf. Na zijn rennersjaren was hij geruime tijd een gerespecteerd ploegleider.

Overigens, de materiaalwagens van IJsboerke arriveerden in ’74 pas op de plaats van bestemming toen het peloton van negentig man zich daags na de proloog al gereed maakte om aan de eerste etappe te beginnen. Chef d’equipe Van Looy was zelfs al bezig om de volgbewijzen op ruiten en deuren van een taxi te plakken waarmee hij de rit zou volgen. Hevig getoeter onderbrak zijn bezigheden. De wagens van zijn ploeg reden het plein op. Veel tijd om op de gang van zaken in te gaan was er niet meer. De koers ging door. Oponthoud bij een grensovergang kon daar niets aan veranderen.

Bijna drie weken later werd in San Sebastian de Spaanse klimmer Fuente als triomfator gehuldigd. Hij had …. 13 seconden voorsprong op de Portugees Agostinho, die op zijn beurt weer gevolgd werd door de ’thuisrijders’ Lasa, Ocana en Perurena. Op de tiende plek stond Roger Swerts, de winnaar van de proloog en twee ritten-in-lijn. In de eindstand viel welgeteld één Nederlander te ontdekken, Gerben Karstens. Hij was trouwens ook de enige landgenoot die gestart was. De Leidenaar maakte deel uit van de BIC-ploeg waarvoor hij één etappezege uit het vuur sleepte. Dat gebeurde in Bilbao, eindpunt van de in Laredo begonnen zestiende rit.

’De Karst’ mocht gerust tot de stamgasten van de Vuelta worden beschouwd. Tussen 1966 (zijn tweede jaar als beroepsrenner) en ’76 was hij zesmaal van de partij. Nu eens verdedigde hij de kleuren van TeleVizier, dan weer van Goudsmit-Hoff , en anders toch wel van het Franse BIC of het Duitse Rokado, om tenslotte bij TI-Raleigh zijn Spaanse avonturen af te sluiten. Het algemeen klassement deerde hem niet. Karstens joeg vooral op dagsuccessen, zoals hij dat ook in de Tour, de Giro en andere rittenwedstrijden deed. In de Ronde van Frankrijk – waar hij tevens de gele leiderstrui droeg – eiste hij zes dagsuccessen op. Op de Italiaanse wegen glorieerde hij eenmaal, maar in Spanje was het liefst veertien keer raak. Een Nederlands record. Van de ruim honderd dagoverwinningen die vaderlandse renners tot dusver in de Vuelta behaalden kwamen Mathieu Hermans en Jean-Paul van Poppel nog het dichtst in de buurt. Genoemde Brabanders wonnen negen keer, op korte afstand gevolgd door onder meer Jeroen Blijlevens (5), Henk Nijdam (4) en René Pijnen (4). De beide Nederlandse eindwinnaars, Jan Janssen en Joop Zoetemelk, sleepten ieder drie etappezeges uit het vuur, net als Ger Harings, Jos van der Vleuten en Gerard Vianen. Olé.

Een gedachte...

Commentaren gesloten