Column van Wiel Verheesen in het zestien pagina’s tellende magazine van de Fanclub Tom Dumoulin, dat ter gelegenheid van de door Philippe Gilbert gewonnen ‘RSM-Wealer-Ronde van Maastricht op 9 augustus 2019 verscheen.

Marcel Gouka    10 augustus 2019

Tom, alles komt goed

Het was wél even wennen, een Tour de France zonder Tom Dumoulin. Twee jaar terug ontbrak hij weliswaar óók al eens in ’s werelds grootste wielerwedstrijd, maar toen deed hij dat vrijwillig en leefden wij allemaal nog in de roes van zijn Giro-overwinning. Een hoogtepunt in de vaderlandse geschiedenis van het cyclisme, deze victorie. En misschien – wie weet – blijkt straks dat het niet eens hét absolute hoogtepunt van hemzelf is geweest. Want eerlijk gezegd, U en ik denken toch óók dat Tom Dumoulin de Tour kán winnen.  En dat is toch echt nog ietsjes hoger in de hiërarchie dan de Giro d’Italia. Of niet soms?

Wie – zoals Tom in 2018 – tweede kan worden in de Ronde van Frankrijk en ook  herhaaldelijk bewijst dat hij niet hoeft te vrezen voor de beste klimmers is in elk geval kandidaat om met het geel op de Champs-Elysées te paraderen. Hij moet dat bovendien kúnnen omdat hij tot de mondiale top in het tijdrijden behoort, zoals hij niet alleen heeft onderstreept met het behalen van de wereldtitel in Noorwegen, twee jaar geleden. Dumoulin doet in deze discipline gewoon altijd mee voor eremetaal. Sla er de erelijsten maar op na. Punt uit.

Maar na deze lofzang  wil ik ook de keerzijde van de medaille belichten. Die kan namelijk, zoals de praktijk heeft duidelijk gemaakt, soms inktzwart kleuren. Tom zal de laatste zijn om dit tegen te spreken, veronderstel ik. Dan heb ik het niet eens over alles wat hij de voorbije maanden, na zijn rampzalige val in de Giro d’Italia heeft meegemaakt. Ik ga daar niet eens meer uitvoerig op terugkijken, zoals ik dat ook niet doe over het wél of niet weggaan bij Sunweb. Op het moment dat ik deze column tik, een uurtje vóór de TV-uitzending van de Clasica San Sebastian op 3 augustus,, is officieel namelijk nog niets bekend. En aan geruchten, juridische aspecten, vermeende conflicten en andere zaken die als waarheden in de openbaarheid worden gegooid heb ik geen boodschap. Ik begrijp de media-aandacht natuurlijk ten volle, maar als sportjournalist (in-betrekkelijke-rust) wacht ik liever af. Veel groter dan alle perikelen zijn mijn verwachtingen voor de toekomst van Dumoulin. Ik heb met het aanstippen van zijn kansen op de Tourzege toch al iets duidelijk gemaakt?

Maar … zelfs een maximum aan talent op velerlei terrein, zelfs een beroepsernst die voor de renner in kwestie een vanzelfsprekendheid is en zelfs het feit dat hij qua leeftijd (28) in een ideale periode zit doen niets af aan de onzekerheden die óók altijd van invloed op een carrière zijn. Oké, je mag er niet van uitgaan, maar ergens in de onderaardse gewelven van de wielersport liggen bommetjes.  Is de aangestipte val van Tom in de Giro en de knieperikelen die daaruit voortvloeiden al niet een bewijs?

Tom Dumoulin, U weet het, heeft méér tegenslag gekend dan deze fatale tuimeling in Italië en de ’afhandeling’ daarvan.  Mag ik dienaangaande even teruggaan nar de Tour de France 2015 toen iedereen hem al in het geel zag op de Muur van Huy, eindpunt van de derde etappe die in Antwerpen was begonnen. Echter, één à twee uur voor de aankomst had een massale valpartij een einde gemaakt aan de droom. Sterker, de hevige smak die de organisatoren van de Tour zelfs dwong om de koers een tijdje te neutraliseren betekende het vroegtijdig  einde van Tom én enkele medestrijders. Toen de volgende dag in Seraing gestart werd voor de vierde etappe (met Cambrai als bestemming) droeg niet Dumoulin, maar ene Chris Froome het erehabijt. Dat raakte de Brit weliswaar snel kwijt aan de Duitse tempobeul Tony Martin, maar deze machtswisseling was van tijdelijke duur.

Een ander voorbeeld van brute tegenslag voor Tom Dumoulin staat uiteraard ook nog bij velen in herinnering. En wéér was de oorzaak een val in de Tour de France, dit keer in 2016. Ergen s tussen Albertville en Saint-Gervais/Le Bettex ging het mis. Parijs was niet eens meer ver weg. Twee dagen later stond Chris Froome er weer in het geel naar de menigte te zwaaien, maar zat Tom Dumoulin met een flinke polsblessure te peinzen of er überhaupt nog sprake kon zijn van deelname aan de olympische tijdrit. Die vond nog geen drie volle weken na de Tour plaats in Rio de Janeiro. Het resultaat is bekend. Tom kon ondanks het breukje in de linkerpols starten en zijn droom najagen, maar de Zwitser Fabian Cancellara was in de Braziliaanse metropool toch 48 seconden sneller dan de Maastrichtenaar. Het zilver had in de gegeven omstandigheden niettemin de betekenis van  goud, ook al verborg Dumoulin in eerste instantie zijn ontgoocheling niet over de gemiste kans. Typisch Tom, typische mentaliteit van een topsporter. De jaren die volgden maakten duidelijk hoe groot zijn atletisch vermogen is.

En dus kijk ik met U allen vol verwachting uit naar zijn verdere loopbaan, ongeacht voor welke ploeg hij gaat rijden. Daarom herhaal ik hier nog eens de woorden boven deze column: Forza Tom, alles komt goed.

Wiel Verheesen

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *