Column door Wiel Verheesen, vrijdag 28 juni 2019 in Café ’Oad Haander’, Haanrade/Kerkrade t.g.v. Presentatie Jubileumboek Vrienden Club van Honderd

Marcel Gouka    29 juni 2019

Dumoulin mist de Tour (en de Tour mist Dumoulin)

De kogel is dus door de kerk. Geen Tour voor Tom Dumoulin. Jammer voor de Tour, dacht ik meteen. Maar tegelijk met deze constatering begreep ik óók dat U zich vertwijfeld afvraagt  of het dan niet veel erger was (en is) dat uitgerekend ’onze’ Tom in La Grande Boucle 2019 ontbreekt? Ja en nee. Ja, omdat zo’n kandidaat-winnaar er gewoon bij hoort te zijn. Nee, omdat het in de huidige situatie beter is (en was) dat hij aan de kant blijft om lichamelijk weer helemáál fit te worden. Met een tegenstribbelende linker knie, de meest besproken knie van Nederland, heb je niks te zoeken in de grootste wielerwedstrijd. Je hebt er bovendien niks te zoeken als jouw voorbereiding door allerlei omstandigheden allesbehalve optimaal is geweest. Desondanks, het gemis van de renner die vorig jaar nog als tweede in Parijs arriveerde moet de organisatoren heel veel pijn doen, temeer omdat ook de meervoudige winnaar (en nummer drie uit de laatste editie) Chris Froome van de lijst geschrapt moest worden, net als Roglic, Gilbert, Gaviria, Degenkolb, Kittel en wie weet nog meer.

Ik ga hier niet meer alles in detail oprakelen wat er is gebeurd sinds die voor Tom (én de wielerwereld) ongelukkige dag in de Giro d’Italia toen zijn hele planning voor wéér een topseizoen omver werd gekegeld. Pijn verbijten, afstappen in de etappe ná de val, medische behandeling, het heroptreden in de Dauphiné, weer vroegtijdig naar huis, weer een nieuwe scan, weer nieuwe hechtingen, weer een nieuwe vondst in de wonde, weer dit, weer dat. Om gek van te worden, zelfs wanneer je geen topsporter als Tom zou zijn. En toen volgde dus de afgebroken autoreis naar een hoogtestage in de Alpen. Het hoefde niet meer. Het verstand zegevierde. ’Ik ben,’ zo luidde de verklaring van hem tijdens de persconferentie waarin hij zijn forfait voor de Ronde van Frankrijk meldde, ’als een gewonde, dolle stier ná de Giro op de Tour afgerend, maar nu overheerst alleen de opluchting.’ Klare taal die past bij een renner van wereldformaat. Als je meedoet aan de belangrijkste koers van het jaar wil je strijden voor de hoofdprijs of anders toch minstens een ereplaats. Niet voor een figurantenrol.

Wat nu allemaal veel belangrijker is? Tom moet rusten, volledig herstellen, pas daarna het vizier richten op de come-back. Links en rechts heb ik gelezen en gehoord dat de Ronde van Spanje in het najaar het eerstvolgende doel moet zijn. Ik heb zo mijn twijfels. Niemand beter dan de 28-jarige Tom zelf kan hierover beslissen. Voor mij mag hij de Vuelta en zelfs andere koersen in de huidige jaargang nog links laten liggen indien hij niet honderd procent genezen is. Er komt immers ook nog een jaargang 2010, en daarna nóg een paar andere seizoenen waarin hij kan schitteren. Kijk er de geschiedenisboeken maar op na. Bernard Hinault vluchtte in 1980 als drager van de gele trui uit de Tour omdat een van zijn knieën dienst weigerde. Een jaar later keerde de Breton er terug om het erehabijt toen wél naar Parijs te brengen. Hij zou het rouwens nóg een paar keer doen. Ik bedoel maar.

Met deze terugblik op 1980 kom ik automatisch op een ander punt uit, namelijk het aantal koersdagen van de renners in de jaren vóór de eeuwwisseling, in vergelijking met de huidige situatie. Natuurlijk, ook in vroegere tijden werden tijdens het seizoen rustperiodes ingebouwd en uiteraard werd in sommige wedstrijden  gas teruggenomen als ze niet van importantie voor de betrokkenen waren, maar er werd wél zo’n honderd tot honderdvijftig keer per jaar een rugnummer opgespeld. Als Zoetemelk, Raas, Kuiper en wijlen Knetemann in hun gloriejaren naar de Amstel Gold Race kwamen – want niemand haalde het in zijn hoofd om de aprilklassieker over te slaan – hadden ze al het nodige werk achter de rug. Ronde van de Middellandse Zee, Ster van Bessèges, Omloop Het Volk, Kuurne-Brussel-Kuurne, Parijs-Nice of Tirreno-Adriatico, Ronde van Murcia, Milaan-Sanremo, Driedaagse De Panne, Gent-Wevelgem, Ronde van Vlaanderen, Scheldeprijs, Parijs-Roubaix, Ronde van het Baskenland, voor deze en gene ook nog voorafgegaan door een paar zesdaagsen. Inderdaad. Deze lijst stond niet helemáál op het programma van onze vaandeldragers, maar zij, alsook Peter Winnen, Johan van der Velde, Henk Lubberding, Ad Wijnands, Jo Maas, Leo van Vliet, Cees Priem, zo kan ik nog wel even doorgaan, pendelden in ieder geval niet van trainingskamp naar hoogtestage en van hoogtestage naar oefencampagne. Ik weet het, het was een andere tijd. En ik besef, zeker nu ik de leeftijd der sterken bereikt heb, maar nog altijd zeer geïnteresseerd ben, dat veranderde methodes tot vanzelfsprekendheden mogen worden gerekend. Maar de nostalgie neemt niemand mij nog af.

Desondanks, Forza Tom. Alles komt goed.

Wiel Verheesen