Column door Wiel Verheesen in Limburgs Wielercafé op vrijdag 14 juni in Het Anker, Buchten, t.g.v. de etappefinish aldaar in de ZLM Toer 21 juni 2019

Marcel Gouka    15 juni 2019

Column door Wiel Verheesen in Limburgs Wielercafé op vrijdag 14 juni in Het Anker, Buchten,  t.g.v. de etappefinish aldaar in de ZLM Toer 21 juni 2019

Het is maar goed dat Ben Koken uit Grevenbicht  in de tweede helft van de jaren zestig een racefiets bij elkaar scharrelde en ging wielrennen, anders hadden wij hier vanavond waarschijnlijk niet gestaan. De keuze van Koken om aan wedstrijden deel  te nemen – hij begon bij de adspiranten – leidde namelijk tot het ontstaan van een supportersclub voor hem. En daar bleef het niet bij. Uit die schare enthousiaste aanhangers – met zijn latere familielid Frans Hoedemakers als aanvoerder – ontstond het wielercomité Buchten, dat intussen al ruim een halve eeuw aan de weg timmert. Niet alleen wordt elk jaar een criterium voor amateurs georganiseerd, het comité heeft ook  in het grotere werk al geruime tijd een naam verworven die tot ver buiten de provinciegrenzen bekendheid geniet. Olympia’s Toer door Nederland is hier – ik  weet niet hoe vaak – neergestreken voor een etappefinish en toen vervolgens de organisatoren van de ZLM Toer aanklopten om Buchten in hún rittenschema  op te nemen werd dat verzoek zonder aarzelen ingewilligd. Van de ene Toer derhalve naar de andere. Wat maakt het uit. Het draait allemaal om de fiets.

Met andere woorden, Buchten hecht er aan om ieder jaar eindpunt van een rit te zijn in een etappekoers van betekenis. Bovendien, rond het sportieve gebeuren wordt telkenmale een heus feest georganiseerd dat het dorp drie dagen  achter elkaar tot centrum van de regio maakt. Het bestuur van de gemeente Sittard-Geleen waartoe de plaats behoort is er trots op. Ik heb dat uit heel betrouwbare bron. Het feit dat men in Buchten hecht aan continuïteit wordt overigens niet alleen onderstreept door het jaarlijkse wielerevenement.. De kracht zit hem ook in de hechte band tussen plaatselijke gemeenschap én comité. Trouwens, ook de namen Hoedemakers en Koken zijn nog altijd heel nauw aan dit alles verbonden, ofschoon beide heren de eersten zijn om te wijzen op alle anderen waarmee zij samen het comité vormen. Ik ga daar geen opsomming aan toevoegen want dan zou ik gegarandeerd een paar personen vergeten, misschien ook nog degenen die al niet meer tot rijk der levenden behoren, maar wél mede door hun inzet destijds hebben bijgedragen aan de groei en bloei van het comité.

Enfin, nu ik op deze bijeenkomst van sponsoren en andere wielervrienden in de gelegenheid ben gesteld om enkele minuten het woord te voeren, kan ik het niet laten om nog even verder te spitten in het verleden. Ik kijk dan, bijvoorbeeld, terug op de eerste Ronde van Buchten die door het comité is georganiseerd en plaatsvond op 24 juli 1966. Ja, U hoort het goed: juli 1966, waarbij ik aanteken dat er in vorige jaren ook al om het hard gefietst werd. De ene keer betrof het een officiële KNWU-ronde, een andere keer draaiden de wielen van renners uit de zogenaamde ’wilde bond’ die toen Wieler Federatie Limburg heette alvorens omgedoopt te worden in de huidige NWB. In ieder geval, de eerste Ronde onder de vlag van het huidige Wielercomité werd bij de amateurs gewonnen door Harrie Steevens uit Elsloo, met Gaby Minneboo en Rini Wagtmans in respectievelijk tweede en derde stelling. Nou, meteen een erepodium om trots op te zijn. Bij de nieuwelingen zegevierde Jo Moonen uit Voerendaal vóór Ger Harings en Jan Krekels. Ik hoef ze, neem ik aan, niet verder aan U voor te stellen, want zij hebben in hun latere carrière nog veel van zich doen spreken. En weet U wie op 24 juli 1966 bij de adspiranten op de bloemen beslag legde? Ben Koken. Hij verwees Jacq Deckers en Hub Schetters naar de ereplaatsen.

Net als de meeste van genoemde renners heeft Koken op nationaal én internationaal terrein van zich doen spreken. De ene Tour de France waaraan hij deelnam – ik heb het over 1975 – kon hij door omstandigheden weliswaar niet uitrijden, maar in de Ronde van Spanje datzelfde jaar haalde hij wél op verdienstelijke wijze de eindstreep. Aan zijn puike klassering in de Catalaanse Week en zijn ritzeges als amateur in Olympia’s Toer en de Britse Milk Race ga ik evenmin voorbij. En natuurlijk blijft het nationaal kampioenschap dat hij op de Cauberg behaalde in 1972, zijn laatste jaar als amateur, een hoogtepunt uit zijn rennersleven. À propos? Weet U wie toen zijn ploegleider was? Henk Steevens, thans de oudste nog in leven zijnde Limburgse Tour de Francerenner. Tenslotte, om mijn column af te sluiten wil ik naast die van Ben Koken, Ger Harings en Jan Krekels nog een paar andere namen van Limburgse renners in herinnering roepen die bij Ovis onder leiding van Henk Steevens eveneens een goede leerschool hadden alvorens naar de profs over te stappen. Ik denk dan aan Theo van der Leeuw, Bennie Ceulen, Jo Vrancken,  Mathieu Pustjens, Wim Wanders, Matje Dohmen en wellicht nóg deze of gene. Jongens toch, waar blijft de tijd?

Wiel Verheesen