Column Limburgs Wielercafé in Sittard door Wiel Verheesen, 12 november 2018

Marcel Gouka    13 november 2018

Om te voorkomen dat ik een ouwe zeur genoemd wordt (en misschien ben ik dat ook wel) zal ik eens positief van wal steken. Wielerclub Bergklimmers heeft de vleugels uitgeslagen en is met twee Brabantse clubs een samenwerkingsverband aangegaan waardoor er tegelijkertijd een mooier programma voor de vereniging uit Stein in het verschiet ligt. Mooi, toch? Op facebook zag ik tevens voorbij komen dat de TWC Maaslandster Zuid-Limburg in Jos van de Mortel, U weet wel de man van Parkhotel Valkenburg en vastgoedbaas van professie, een sponsor heeft gevonden. Ook mooi. En dan vergeet ik evenmin dat het Tom Dumoulin-park in Sittard een verlichtingsinstallatie heeft gekregen. Ik moet nog een paar minuten doorgaan met deze column, anders zou ik nú al het glas heffen op deze positieve ontwikkelingen. Wie er volgende week tot Limburgse renner van het jaar wordt uitgeroepen blijft overigens nog een geheim, alhoewel ik een vermoeden heb wie uiteindelijk op de hoofdprijs beslag legt. U ook?

Van de actualiteit overstappen naar vroeger is intussen voor zo’n vent als ik (uit een vooroorlogse jaargang) een kleine stap. Een duik in het verleden, met name in de sportgeschiedenis van de gemeente Sittard-Geleen – waartoe ook Born en wielerbolwerk Buchten behoren – maakt duidelijk dat we hier op historische grond staan. Heel lang geleden (en dat was zelfs nog voordat ik ter wereld kwam) had Sittard liefst twee wielerbanen. Nu ligt er een in Geleen te pronken, met dank aan Michel van Dijke die zich onvermoeibaar hiervoor blijft inzetten. Sittard-Geleen was in de eerste helft van de jaren vijftig ook de bakermat van het betaald voetbal in Nederland  en zowel bij Fortuna’54 als Sittardia (thans Fortuna Sittard) hebben heel wat cracks gespeeld, ook van eigen bodem. Zal ik er een paar noemen? Brüll, Gruizen, Notermans, Dullens, Janssen, Stevens, Suvrijn, Kerckhoffs, Pfennings, Ehlen, Boessen, Schuurs, ik stop, want het lijstje is lang niet compleet. U mag het zelf aanvullen. En wat denkt U van bokser Arnold Vanderlyde, hockeyster Maartje Paumen, tennisster Demi Schuurs en de vele handballers van nationaal en internationaal formaat. Laat me – voordat  U nog met meer toppers en andere takken van sport op de proppen komt – snel terugkeren naar de wielrennerij, want die is toch – mag ik aannemen – voor de meesten van jullie de favoriete sport.

De erelijst van Jan Krekels en Danny Nelissen zijn alom bekend, net als die van wijlen Eddy Beugels en de vele anderen uit deze regio. Jan Nolten deed lang geleden van zich spreken, ook in de Tour. En plaatsgenoot Huub Vinken bracht het in de oertijd van de fiets (de jaren veertig, begin vijftig) zelfs tot tweevoudig baankampioen van Nederland op de lange afstand. Nol Ehlen uit Broeksittard was een dikke zestig jaar geleden eveneens een kanjer. Hij presteerde het niet alleen om veel wedstrijden te winnen, maar in een koers als de Acht van Chaam zonder blikken of bozen ook de grote Rik van Steenbergen te tarten. Nol reed finaal dóór de slag, zoals een coalitie in wielerland genoemd wordt. Het leverde hem in de kopgroep weinig vriendelijke gezichten op en hij kwam ook niet op het podium terecht, maar zijn aanval op de gevestigde orde was er niet minder om.

Ik demarreer snel naar een ander onderwerp, de Binck Bank Tour, Olympia’s Tour en de ZLM Toer, want die waren (en zijn) hier ook kind in huis. Zo herinner ik me nog een etappefinish in Sittard van de Ronde van Nederland, de voorloper van de Eneco- en huidige Binck Bank Tour uit het jaar – schrik niet – 1960. Als jonge journalist was ik present om deze ontknoping te zien, maar vooral om een verslagje te maken van de amateurkoers die ter omlijsting werd gehouden. Leo Knops won dat afwachtingscriterium, maar de mensen die niet in de buurt van de finish stonden kregen dat pas veel later te horen. Op het moment dat Knops zijn concurrenten aftroefde waren de jurywagen en geluidsinstallatie namelijk door de bliksem getroffen. Tja, dan sta je als organisatie machteloos. Overigens, de weersomstandigheden op deze dag waren inderdaad abominabel slecht. Ze waren zó slecht dat zelfs het treinverkeer ontwricht raakte en auto’s op de binnenwegen vast kwamen te zitten in modderstromen. Allicht dat ook de renners uit de Ronde van Nederland niet gespaard bleven. Tussen startplaats Nijmegen en finish in  Sittard was het dan ook een slagveld waaruit tenslotte de Zeeuw Jo de Roo als winnaar tevoorschijn kwam. Hij hield de Duitser Altweck, de Limburger Jef Lahaye, tempobeul Wim van Est en de Belg Molenaers achter zich. Een paar dagen later werd Peter Post in het Olympisch Stadion van Amsterdam als eindwinnaar gehuldigd. Jawel, de keizer van de winterbanen was ook op de weg een kanjer, zoals zijn zeges in Parijs-Roubaix, Ronde van Duitsland en Nederlands kampioenschap onderstrepen. Op 14 januari 2011 sloot hij voorgoed de ogen. Post werd 77 jaar.

Thei Jessen, sport- en huisarts in Sittard, was al veel eerder heengegaan. Hij werd in december 1988, rond zijn vijfenzestigste verjaardag, door een hartaanval getroffen. Met een saluut aan deze onvergetelijke man sluit ik mijn column af.

Wiel Verheesen