Column door Wiel Verheesen in het Limburgs Wielercafé van de Vrienden Club van Honderd , vrijdag 7 september 2018 in Café ’Oad Haander’ te Kerkrade.

Marcel Gouka    8 september 2018

Kent U de mop van de oude vent die ging biechten? ’Mijnheer pastoor,’ sprak hij een beetje hees, ’ik heb seks gehad met mijn buurmeisje van tweeëntwintig.’ Pastoor zuchtte eens, zette zijn bril af en zei: ’Mijn zoon, het is hier een biechtstoel, geen plek om sterke verhalen te vertellen.’ Overigens, voor de jongeren onder ons die het wellicht niet weten: een biechtstoel is (beter gezegd: was) een soort kleerkast met drie vakken. Daarin moest je vroeger oftewel in het linker- of in het rechtergedeelte plaatsnemen om je zonden te vertellen aan de pastoor of kapelaan, die goed luisterend in het midden zat. Hij gaf je na je bekentenissen zijn zegen en legde je een passende straf op, bijvoorbeeld een aantal weesgegroetjes bidden.  Of hij ook  jaloers was op sommige ontboezemingen van de biechteling is nooit onderzocht.

Waarom ik met deze slappe mop over een oude leugenaar op de proppen kom? Ik zie er – met een beetje fantasie – een vergelijking in met de huidige situatie in het Limburgse wielrennen. Die is niet slecht,  zeker niet vanwege de goedgevulde kalender van de laatste weken. De Binck Bank Tour en Boels Ladies Toer zijn daar net zo goed een bewijs van als de Bergomloop van Simpelveld, Pijl van Heerlerheide, Hel van Voerendaal, Raboronde van Heerlen, Ridderronde van Maastricht en de ronden van Brunssum, Schinnen, Buchten, Berg en Terblijt, ga zo maar door. Bovendien, komend weekeinde staan met de Kleebergcross in Mechelen, de dameswedstrijden in Watersley, de ludieke Volta Tour de Kirchroa en tenslotte de Eurode-omloop  weer andere mooie evenementen op het programma. Overigens hoop ik géén official het in zijn idiote hoofd haal om enkele seconden vóór binnenkomst van de renners de weg te versperren zoals een paar dagen geleden in de Ronde van Spanje. U hebt toch zeker ook de TV-beelden gezien? Nou dan. De man had  – net als de oude biechteling waarover ik het zojuist had – beter in zijn stamkroeg kunnen blijven om daar te pochen over zijn potentie, nietwaar?

Waarom ik los van de goedgevulde wedstrijdkalender in Limburg toch wil waarschuwen voor een té grote euforie zoals die van ’hogerhand’ wordt aangewakkerd? Welaan, in mijn ogen wordt te gemakkelijk voorbijgegaan aan minpunten. Sterker nog, ze worden afgedekt door (bijvoorbeeld) te schermen met de uitstraling en status van Tom Dumoulin.  Sympathieke Tom heeft zich echter – net als provinciegenoot Wout Poels die vanmiddag de koninginnenrit in de Ronde van Groot-Brittannië won – gewoon op eigen kracht naar de wereldtop gefietst. Niet dankzij politieke of promotionele ondersteuning, hoewel ik de belangrijkheid daarvan  zeker niet onderschat. Maar feit is toch dat recent de grote veldritten in Heerlen en Valkenburg zijn verdwenen, dat de ooit zo aansprekende Drielandenomloop in de archieven terechtgekomen is en dat de Kernen-Omloop van Echt-Susteren, notabene een wegkoers op de internationale kalender, na tien achtereenvolgende edities opgehouden heeft te bestaan.

Oké, de geschiedenis van de wielersport leert dat verdwenen koersen na enige jaren door nieuwe organisaties, elders in provincie of land, vervangen worden. Maar de actuele situatie bagatelliseren zou fout zijn. Denk in dit verband ook aan het onheilspellend teruglopen van vrijwilligers. Vergeet evenmin dat sommige wedstrijden financieel niet meer aan een stevig koord, maar aan een zwak touwtje bungelen. Of denkt U dat het samenwerkingsverband in Limburg van enkele middelgrote wedstrijden (overigens, alle hulde en respect) niet uit bittere noodzaak geboren is? Nee, ik ben geen zwartkijker, wel realist. En dan ik heb een bijkomend probleem zelfs nog niet aangestipt, namelijk het geringe aantal licentiehouders in Limburg, vooral bij de elite-zonder-contract en beloften, de categorieën die wij – de oude hap – vroeger amateurs noemden. Kortom, de leuze ’Limburg  wielerprovincie bij uitstek’ mag gerust eens aan een nadere beschouwing onderworpen worden. De lobby om een Tour de France-etappe binnen te halen hoeft daarvoor war mij betreft niet eens gestaakt te worden.

Laat ik na deze kritische, maar welgemeende noot, maar snel naar het einde van de column gaan. Dat doe ik overigens niet zonder eerst nog een postume ode te brengen aan ons aller Jo Dorscheidt, die helaas al enige tijd niet meer onder ons is, maar in gedachten altijd aanwezig blijft. Evenmin wil ik vergeten om burgemeester Ralf Krewinkel van Heerlen – de beschermheer van de Vrienden Club van Honderd  – veel sterkte toe wensen in verband met de ziekte van zijn zoontje. Voor mevrouw Krewinkel geldt uiteraard hetzelfde. Kortom, niet alleen op het soms verraderlijke pad van de wielrennerij liggen obstakels. Anders gezegd: Van het concert des levens krijgt niemand een program.

Wiel Verheesen