Arie den Hartog, topper van weleer, wordt nooit vergeten

Marcel Gouka    7 juni 2018

Arie den Hartog, topper van weleer, wordt nooit vergeten

Het was weer slikken toen ik te horen kreeg dat Arie den Hartog op 7 juni  zijn laatste adem had uitgeblazen. Natuurlijk, ik wist dat hij aan de rolstoel gekluisterd was na een herseninfarct. Een paar weken geleden had ik hem met zijn vroegere collega Huub Harings nog opgezocht in zorgcentrum Sterrebosch aan de rand van het witte stadje Thorn waar hij verpleegd werd. Er waren bij dat bezoek vele wielerherinneringen opgehaald. En bij het afscheid werd de afspraak gemaakt om over enige tijd weer terug te keren. ’Leuk,’ zei Den Hartog toen, ’dan kunnen we misschien een terrasje pakken, want die zijn hier in Thorn  genoeg.’ Helaas, het heeft niet zo mogen zijn. Den Hartog  liet familie, vrienden, kennissen én Limburg – waar hij al meer dan vijftig jaar woonde – achter zich voor de reis naar de eeuwigheid. Eddy Beugels en Evert Dolman, de anderen met wie hij in 1968 tot in Parijs aan de zijde was gebleven van Jan Janssen bij diens Tourzege, waren al eerder het hiernamaals binnengereden

Arie den Hartog, opgegroeid in het Zuid-Hollandse Zuidland, leerde ik kennen toen ik in het begin van de jaren zestig als jong journalist aan de slag ging. Hij verwierf bij de amateurs al een paar tickets voor  WK’s,  met name in 1962 (Salo) en ’63 (Ronse). In eerstgenoemde plaats, aan het Gardameer, stond hij ons, de vaderlandse pers, te woord met tranen in de ogen. Er had, was zijn vaste overtuiging, méér ingezeten dan de derde plek die hij veroverd had achter de Italiaanse winnaar Renate Bongioni en de als tweede geëindigde Deen Ole Ritter. In het WK van 1965, hij was toen al aan zijn tweede jaar als prof bezig,  was er zelfs helemaal geen podiumplaats voor hem weggelegd (hij werd ’slechts’ zevende) omdat het niet tot een degelijke samenwerking was gekomen met landgenoot Peter Post. Die had volgens Arie vooral de Duitser Rudi Altig niet willen dwarsbomen. Overigens, Altig werd tweede achter de Engelsman Simpson.

Buiten de gemiste WK-kansen fietste Arie den Hartog tóch een prachtige erelijst bijeen, zoals ik eerder al eens op facebook vermeldde. Hij schreef onder meer als eerste Nederlander Milaan-Sanremo op zijn. Dat gebeurde in 1965 toen hij als lid van een Franse fabrieksploeg twee Italiaanse concurrenten, Adorni en Balmamion, in de sprint te snel af was. In 1967 werd hij ook triomfator van de Amstel Gold Race, opnieuw deel uitmakend van een Franse formatie, want Den Hartog reed bijna zijn gehele carrière in een merkenteam uit dát land. Pas in de nadagen van zijn rennersbestaan kwam hij uit voor Caballero, een Nederlandse formatie.

Niet alleen in het klassieke eendagswerk stond hij zijn mannetje, hetgeen onder meer ook tot uiting kwam door overwinningen in middelgrote Franse  koersen als Parijs-Camembert, Ronde van Auvergne en Tour de l’Herault. Hij was ook in etappewedstrijden een figuur om rekening mee te houden. Eindwinst in de Ronde van Luxemburg en Ronde van Catalonië onderstreepte een en ander net zo goed als de door hem veroverde bergprijs in de Ronde van Zwitserland ’70, een van zijn laatste koersen op mondiaal niveau. De Tour de France die hij in genoemd jaar betwistte (in dienst van Caballero) reed hij niet uit. Ook in 1965 haalde hij Parijs niet, maar dat deed hij wel in 1966 en (zoals  vermeld) in 1968. Ook nam hij een keer deel aan de Giro en Vuelta.

Nadat hij afscheid van het peloton had genomen legde hij een invitatie om coach van de Noorse wielerbond te worden naast zich neer. Hij stapte het zakenleven in en runde tientallen jaren in Kerkrade, Sittard en zijn laatste woonplaats Nieuwstadt een rijwielhandel met aanverwante artikelen. Zowel zijn erelijst als het sympathieke optreden van hem zullen altijd in herinnering blijven. Arie den Hartog werd 77 jaar.

Wiel Verheesen