Toespraak op 16 februari 2018 door Wiel Verheesen voor crematie Martin van der Borgh

Marcel Gouka    17 februari 2018

Toespraak op 16 februari 2018 door Wiel Verheesen tijdens crematie Mart van der Borgh (83) in Geleen
Even terug naar zondag 22 april 1951, nu al bijna 67 jaar geleden. In mijn geboortedorp Merum-Herten werd voor het eerst een wielerronde gehouden onder de vlag van de Wieler Federatie Limburg. Weet U wie de ronde bij de junioren won? Mart van der Borgh. Een historische zege voor de renner uit Koningsbosch. Het was de eerste maal dat hij op de bloemen beslag legde. Vanaf die dag heb ik zijn carrière gevolgd die in de zomer van 1953 een vervolg kreeg bij de officiële KNWU. Zijn eerste koers als amateur dat jaar was de Pijl van Heerlerheide op een julizondag. Aanpassingsproblemen in die nieuwe omgeving? Had je gedacht. Mart eindigde gewoon als zevende in een kopgroep van tien man met Piet van den Brekel als winnaar en onder meer Kees Boelhouwers, Arend van ’t Hof en Flor van der Weyden als metgezellen. Sommigen uit de kopgroep kenden hem nog niet. ’Wat reed die lange hard,’ zeiden ze op bewonderende toon na afloop.
Met zijn overwinning in de Ronde van Limburg 1954 verdiende hij een ticket voor het wereldkampioenschap der amateurs dat in Solingen werd gehouden. Hij veroverde in stromende regen het brons achter de Belg Miel van Cauter en de Deen Andresen. Maar ook in de Ronde van Belgisch Limburg, Omloop van de Twaalf Kantons, Ronde van Joegoslavië, Vierdaagse van Berlijn en de Zesprovinciënkoers, de voorloper van Olympia’s Tour door Nederland, toonde hij zijn kwaliteiten. Want hard rijden, solo rijden vooral, kon Van der Borgh als de beste. In 1958, zijn tweede jaar bij de beroepsrenners, was hij net als eerder in Solingen opnieuw de bestgeklasseerde Nederlander in het WK, dit keer in Reims. Daar snelde hij áchter de nieuwe kampioen Baldini, Bobet, Darrigade, Junkermann en een paar anderen, maar vóór kanjers als Bugdahl, Poblet, Geminiani en Fausto Coppi naar de achtste plaats. Zijn eerste Tour de France had hij toen net achter de rug.
Jawel, Mart was ook in ’s werelds grootste wielerevenement present. Drie keer zelfs: 1958, ’59 en ’60. Het was nog de tijd dat er met landenploegen werd gereden. Van der Borgh sleepte diverse prima klasseringen uit het vuur. Daarnaast kreeg hij er met de nodige tegenslag te maken. In zijn debuutjaar was hij bezig de top-10 van het klassement binnen te rijden toen een zware val tijdens de vijftiende etappe Luchon-Toulouse hem een gebroken sleutelbeen bezorgde. Eén jaar later dwongen knieperikelen hem halverwege tot opgave. Het ergste moest toen nog komen, uitgerekend op de eerste dag van de Tour 1960. Een wegvergissing waaraan hij part noch deel had hield hem van de etappezege én gele leiderstrui af. Het voorval is tot de eeuwige legenden van de wielersport gaan behoren, zonder dat het overigens de pijn kon verzachten die het slachtoffer zelf er aan overhield. Van der Borgh was in die openingsetappe Lille-Brussel ontsnapt uit een kopgroep van een man of twaalf tot hij vlak voor het Heyzelstadion door een paniekerige seingever de verkeerde kant werd opgestuurd. Het omdraaien kostte hem de tien à twintig seconden voorsprong op zijn voormalige metgezellen waardoor hij niet in eerste, maar in vierde stelling over de streep flitste. Hij was ontroostbaar. Wat had hij te maken met de excuses van de wedstrijdleiding? Niets, doodgewoon niets. Hij wilde naar huis. Alleen een paar familieleden die op de bromfiets naar de Belgische hoofdstad waren gekomen én Toine Gense, zijn ploegleider bij Eroba die als toeschouwer in Brussel aanwezig was, wisten hem over te halen de strijd voort te zetten. Twee weken later was hij opnieuw dicht bij dagwinst, maar in de straten van Gap bleek medekoploper Michel van Aerde uit België ietsjes sneller. Mart haalde Parijs uiteindelijk in 34ste stelling.
Als prof won hij in de loop der jaren verschillende mooie wedstrijden. Niet alleen de koersen in Nuth, Beringen, Aarschot, Borgloon en het bergcriterium van Geulle (met Jef Lahaye op de tweede plaats) behoorden hiertoe. Hij was ook de sterkste in de vierdaagse Tour du Nord op de kasseiwegen van Noord-Frankrijk alsook in de thans evenmin nog bestaande semiklassieke Ronde van Haspengouw of de zware rit Brussel-Charleroi-Brussel. Hij schreef ook enkele etappes in de Ronde van Luxemburg op zijn naam en zowel in de Ronden van Duitsland, Nederland, België, alsook op de Zwitserse wegen werden eervolle plaatsen veroverd. Met Sjra Vergoossen, Frits Knoops, Jos Brunenberg, Fons Steuten en Gerard Keulers aan zijn zijde bezorgde hij de TWC ’Maastricht’ in 1959 het Nederlands clubkampioenschap, een ploegentijdrit over 120 kilometer met meer dan veertig deelnemende teams.
Onvergetelijke jaren. Als jonge verslaggever heb ik een deel daarvan mogen meemaken. Trouwens, niet alleen in díe periode. Ook naderhand toen Mart – na een verblijf in Gelderland en Overijssel – weer teruggekeerd was naar Limburg)mocht het een genot worden genoemd om hem voor krant of ander medium te interviewen. We werden vrienden die elkaar ook geregeld ontmoetten op bijeenkomsten van oud-renners en andere wielerfans. Nooit werd tevergeefs een beroep op hem gedaan als hij gevraagd werd aan een praatprogramma mee te werken. De tegenslag die hij na zijn rennersjaren ook in de privésfeer meemaakte konden zijn levensvreugde niet verminderen. Integendeel. Zijn kinderen en verdere familie betekenden álles voor hem. En werkzaam bleef hij tot zijn laatste snik. Zelfs de ziekte die hem tenslotte trof wist hij aanvankelijk nog te overwinnen, totdat de allesverwoestende kwaal zich toch weer deed gelden. Nooit zal ik het telefoontje vergeten dat ik een kleine vier weken geleden van hem kreeg. ’Wiel, het gaat niet goed met mij.’ De toon waarop hij dit zei maakte alles duidelijk.
Afgelopen dinsdag, ik zat op mijn vaste stek in hartje Heerlen te ontbijten, kreeg ik op mijn mobieltje te horen dat hij de avond tevoren de eindstreep van het leven had bereikt. Op de promenade liepen enkele carnavallisten zingend voorbij. Ikzelf keek stilletjes naar de etalage aan de overkant. Ik zag die lange slungel van een jaar of zestien, zeventien weer zijn allereerste ereronde rijden in de Ronde van Merum-Herten, 22 april 1951.
Mart, vergeten doen we je nooit. Bedankt voor je vriendschap.

2 Gedanken an “Toespraak op 16 februari 2018 door Wiel Verheesen voor crematie Martin van der Borgh

  1. Riet Handels-Lambrichs

    Prachtig Wiel er is niemand die zo goed oude wielrenners doet waarderen 👍👍☝

Commentaren gesloten