In memoriam Piet Haan

Marcel Gouka    23 juli 2017

Een van de bekendste Limburgse renners uit de jaren vijftig, Piet Haan, is na een langdurig verblijf in een verzorgingshuis de eeuwigheid binnengereden. Daarmee gaf de vroegere inwoner van Mechelen zijn ’leidende’ positie in de volgorde van ’s lands oudste Tour de Francerenners over aan Wies van Dongen uit Breda die – net als die andere Tourveteraan Henk Steevens – binnenkort de 86 jarige leeftijd hoopt te bereiken. Steevens (Elsloo) is nu wél de oudste nog levende Limburger uit de geschiedenis van de Ronde van Frankrijk.
Piet Haan blonk niet alleen uit door een weergaloze stijl. Hij was, vooral bij de amateurs, ook een overwinningenfabrikant. Zowel in eigen provincie als buiten de grenzen reed hij in een seizoen soms twintig keer of vaker het ererondje. Zijn niet-uitverkiezing voor de vaderlandse ploeg die in 1952 naar de Olympische Spelen in Helsinki en Wereldkampioenschappen in Luxemburg werd uitgezonden deed dan ook veel stof opwaaien. Haan zou, zo luidde de motivering van de KNWU-sportcommissie, niet opgewassen zijn tegen de afstand op dergelijke toernooien. Afstand ? Eén week na de titelstrijd in het Groothertogdom nam Piet Haan met zijn clubmakkers Hein Gelissen, Jacques Fooy, Piet van den Brekel, Leo Steevens en Henk Smeets van de TWC ’Maastricht’ deel aan Parijs-Dolhain, een tweedaagse vanuit de Franse hoofdstad naar het Belgische plaatsje in de buurt van Eupen. De eerste etappe over 205 kilometer voerde naar Charleville, nadat het peloton van tweeënzeventig renners eerst nog vanuit Parijs liefst 30 (!) kilometer geneutraliseerd naar de eigenlijke startplaats Meaux had gereden. Wie deze lange rit won? Piet Haan, die met deze zegepraal de bonzen van de wielerbond danig in verlegenheid bracht. Een dag later eindigde hij als derde, dezelfde plek die hij ook in de eindstand bezette. Daarna stond niets de overstap naar de beroepsklasse in de weg, hoewel hij in de eerste maanden van 1953 nog als onafhankelijke uitkwam, een naderhand opgedoekte categorie tussen de amateurs en profs. De overwinning die hij dat voorjaar in Gent-Wevelgem voor onafhankelijke behaalde (met de latere TV-commentator Fred de Bruyne als een der verslagenen) kreeg veel bijval.
Bij de beroepsrenners schreef Haan in 1955 de Ronde van Nederland op zijn naam. Hij behoorde toen tot een gelegenheidsploeg waarvan Gerrit Schulte de kopman was. Maar Haan putte zó veel energie uit een conflict met tweevoudig winnaar Wim van Est dat hij na een dag of vier de oranjetrui veroverde en deze in de resterende vier ritten niet meer afstond. ’Hij daar, de beste van ons allemaal,’ sprak Gerrit Schulte aan de finish in het Olympisch Stadion van Amsterdam lovend over zijn Limburgse ploegmakker. Het optreden van Piet Haan in de Tour de France, enkele maanden later, werd overigens geen succes. Tegenslag in de eerste ritten deed zijn moraal tot het nulpunt zakken. En toen hij in de negende etappe opnieuw in de verre achterhoede belandde (een rit van Briancon naar Monaco over enkele Alpencols) vond hij het welletjes. Zijn uitleg jaren later over deze opgave liet niets aan duidelijkheid over. ,,Toen ik ergens naast de weg, na weer een afdaling, een herder bij een kudde schapen zag staan, rustig kijkend naar de karavaan die voorbijtrok, dacht ik: ’Man, je hebt het mooiste beroep dat bestaat.’ Ik gooide mijn fiets aan de kant en wachtte op de bezemwagen. Adri Voorting en Wies van Dongen, twee ploegmakkers, gaven er deze dag eveneens de brui aan. Louison Bobet won dat jaar de Tour voor de derde keer.”
Piet Haan reed overigens niet alleen op de weg (ook in klassiekers en de Ronden van België, Luxemburg, Zwitserland, Driedaagse van Antwerpen, et cetera), hij stond op de piste eveneens zijn mannetje. Meestal met Eindhovenaar Jan Plantaz als koppelgenoot was hij een graag geziene gast in de sportpaleizen van Antwerpen, Dortmund, Parijs, Berlijn, Zürich, Keulen, noem maar op. Behalve diverse ereplaatsen in zesdaagsen veroverde hij met Plantaz één Europese titel in de koppelkoers. Een trip naar Amerika eind jaren vijftig was minder prettig. Tijdens de zesdaagse van Cleveland smakte Haan zó hard tegen de latten dat hij een sleutelbeen brak. Eind 1959 hield hij het als prof voor gezien. Wél kwam hij naderhand nog kortstondig uit bij de amateurs. Tevens koos hij even voor de motorsport. In Nieuwenhagen runde hij in die jaren met zijn eega lange tijd een textielzaak. À propos, het Hotel Piethaan (één woord derhalve!) aan de rijksweg in de buurt van Lemiers had overigensniets met de oudwielrenner te maken. Het betrof hier niets anders dan de naamgeving van het gebouw en de omliggende grond. Na de dood van zijn vrouw leidde Piet Haan o.a. in het gehucht Rott een teruggetrokken leven waarin tenslotte een ver gevorderde vorm van dementie binnensloop. De stylist van weleer werd 86 jaar.
Wiel Verheesen

 

Een gedachte...

Commentaren gesloten