Column Limburgs Wielercafé door Wiel Verheesen, 31 maart 2017

Marco Gouka    1 april 2017

Column Limburgs Wielercafé door Wiel Verheesen, 31 maart 2017 in Café-Restaurant Woodz, Résidence Valkenburg, Schin op Geul.

Het zou een quizvraag kunnen zijn bij een wielerreünie. Wie was de eerste Nederlander die de Ronde van Vlaanderen won? Ik zal u snel uit eventuele onzekerheid halen: Wim van Est in 1953. Ik kan het me nog herinneren, lach niet. Als 14-jarige was ik die paaszondag in de radio gekropen om toch maar niets te missen van de krakerige reportage op de Belgische zender. Rechtstreekse beelden van de TV bestonden nog niet. Als jongeren van nú dit horen kijken ze je aan alsof je het over de middeleeuwen hebt, maar daar lig ik allang niet meer van wakker. Het historisch besef van de huidige generatie – die het heel gewoon vindt dat we al zeventig jaar geen oorlog meer hebben gekend – is gering. Er zijn er die denken dat de Duitsers in Normandië zijn geland en de Amerikanen in Stalingrad hebben gevochten.

Terug naar de Ronde van Vlaanderen ’53. Die werd verreden in storm en regen, 213 man aan de start in Gent, 44 aan de finish in Wetteren. Na een vroege aanval waarbij Wout Wagtmans en Gerrit Schulte betrokken waren leidde de Fransman Bober (niet te verwarren met drievoudig Tourwinnaar Bobet) de beslissende ontsnapping in. Dat gebeurde op de Kwaremont. Wim van Est en zijn Belgische ploegmaat Désiré Keteleer spongen mee, net als Pol Schaeken, een regionale grootheid uit Koersel in Belgisch Limburg. Menige profrenner uit de jaren vijftig (niet waar Mart van der Borgh?) zal zich deze meneer Schaeken nog goed kunnen herinneren vanwege zijn rijgedrag in pelotonssprints. Daarbij gebruikte hij namelijk niet alleen zijn fiets en benen, hetgeen reglementair is toegestaan, maar meestal ook beide handen. Dat hij met zijn graaiwerk nooit de hekken is ingereden mag een wonder heten. Pol is intussen al een jaar of vijftien geleden (als 76-jarige) de eeuwigheid binnengereden. Laat hem maar rusten, zou ik zeggen.

Goed, nadat hij uit de kopgroep was weggevallen kregen de overgebleven leiders via motards te horen dat een jachtgroep met de grote Louison Bobet en andere kanjers bezig was de achterstand te verkleinen. Van Est werd wild, ook al omdat hij Stanislas Bober ervan verdacht een spelletje te spelen door niet meer aan de leiding te komen. In het taaltje van Sint Willebrord maakte hij de Fransman duidelijk dat er gewerkt moest worden. Bober verstond er geen woord van, maar aan het gezicht van ’de Wimme’ zag hij dat het menens was. Om te bewijzen dat hij echt aan het einde van zijn latijn was haakte hij trouwens meteen af. In de sprint had Wim van Est (na 253 kilometer in dik zeven uur) uiteindelijk geen moeite om Keteleer te verslaan. Ploegleider Lomme Driessens van het merk Garin vond het prima. Hij had het zijn twee renners gewoon onderling laten uitvechten. Sinds die editie van ’53 hebben nog andere Nederlanders de Ronde van Vlaanderen gewonnen, Jan Raas zelfs twee keer. Jo de Roo, Eef Dolman, Cees Bal, Hennie Kuiper, Johan Lammerts en tenslotte Adri van der Poel zijn de andere landgenoten op het hoogste platform geweest, met de aantekening dat Van der Poel daar in 1986 stond, éénendertig jaar geleden! Het is maar dat U het weet.

Gauw naar een ander onderwerp. Uiteindelijk wordt komend weekend niet alleen in Vllaanderen, óók in ons eigen Limburg een koers van betekenis verreden: de Hel van het Mergelland die vanwege sponsorbelangen in Volta Limburg Classic is omgedoopt. De wedstrijd staat al sinds 1973 op de kalender. Alleen in 2001 kon er niet gefietst worden omdat toen de mond- en klauwzeer-epidemie heerste. Die maakte het doorgaan van wegwedstrijden onmogelijk. Zelfs de Amstel Gold Race, een paar weken later, heeft toen vanwege deze MKZ-crisis aan een zijden draadje gehangen, maar kon uiteindelijk toch verreden worden. Weet U nog wie won? Erik Dekker. Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden. Of Dekker – toen hij nog amateur was – ook een gooi naar de overwinning in het Mergelland heeft gedaan weet ik niet, maar gezien de status van de wedstrijd zal hij ongetwijfeld aan de start hebben gestaan. Wie in elk geval zegevierend uit de ’Hel’ gekomen zijn? Denk aan Limburgers als Mathieu Dohmen, Raymond Meijs (die vier keer won in de jaren negentig!) en Max van Heeswijk. Maar vergeet evenmin de Zeeuw Toine van den Bunder die driemaal glorieerde, de Belg Nico Sijmens die tweemaal de beste was of de Duitser Tony Martin. Hij trok er in 2008 met de Australiër Adam Hansen vanaf de start tussen uit om er vervolgens een koppeltijdrit van te maken tot aan de finish. Daar liet hij zijn metgezel achter zich. En natuurlijk vergeet ik de winnaars van de laatste drie edities niet, respectievelijk Moreno Hofland, de Zwitser Stefan Küng en de in Maastricht geboren, maar in Zuid-Holland opgegroeide Floris Gerts. Hij rondde vorig seizoen het overwicht van de BMC-ploeg (toen nog met Philippe Gilbert in de gelederen) succesvol af. Zal rasechte Limburger Rob Ruijgh na zijn goede optreden in de voorbije Driedaagse van De Panne morgen het land van bronsgroen eikenhout een nieuwe zegepraal bezorgen? We hopen het, maar laat ons eerst uitkijken naar een mooie strijd. De organisatoren en de Limburgse wielerwereld verdienen dit.

Wiel Verheesen