Column door Wiel Verheesen in Limburgs Wielercafé,

Marcel Gouka    15 april 2017

Column door Wiel Verheesen in Limburgs Wielercafé,
vrijdag 14 april 2017, Café Sjengske, Berg en Terblijt
Ze staan zondag niet aan de start van de Amstel Gold Race, de Nederlandse toppers die luisteren naar de namen Dumoulin, Poels, Gesink, Mollema, Terpstra, Kruijswijk, Weening en wie weet nog meer. De een is geblesseerd of ziek, de ander neemt in het drukke voorseizoen een beetje gas terug en weer iemand anders zit op hoogtestage in Zuid-Afrika, Mallorca of de Sierra Nevada. Dat was in de tijd van Jan Raas, Joop Zoetemelk, Hennie Kuiper en wijlen Gerrie Knetemann ondenkbaar. Zij ontbraken nooit, of het moest zijn dat ze (zoals Joop en Gerrie) in het ziekenhuis lagen, herstellende van een zware val of andere onfortuinlijke gebeurtenis. Maar ja, de tijden zijn veranderd, de wielersport ook. En zelf ben ik er ook niet jonger op geworden. Overigens, dank U wel voor Uw felicitaties en steunbetuigingen bij mijn achtenzeventigste verjaardag een paar weken geleden!
Niettemin, ik volg het wel en wee nog met veel interesse, al doe ik dat allemaal een beetje op afstand. Je hoeft, vind ik, niet altijd met je snuffer vooraan te lopen zoals sommige oudgedienden, maar ook jongeren, nog wel eens menen te moeten doen. Ik zie het op TV glimlachend aan, het geduw om toch maar vooral in beeld te komen. Alsof de wereld anders blijft stilstaan. Na Raas, Zoetemelk, Kuiper, de Kneet en alle anderen is de Amstel Gold Race toch ook gewoon doorgegaan, precies eender als na het afscheid van Limburgers als Nolten, Haan, Van der Borgh, Ehlen, Hugens, Harings, Beckers, Knops, Schröder, Krekels, Steevens, Schepers, Beugels, Ceulen, Koken, Winnen, Maas, Wijnands, Maassen, Nelissen, Van Heeswijk, Lotz, zo kan ik nog wel een kwartiertje doorgaan.
Nu ik dit opschrijf schiet me ineens een opmerking te binnen van Patrick Sercu, U weet wel, de Belg die niet alleen de groene trui van het puntenklassement in de Tour won, maar ook 88 keer een zesdaagse, een onderdeel waarin hij later wedstrijdleider werd. Toen ik hem eens interviewde en vroeg wat hij er van vond dat een groot deel van het publiek niet zo zeer naar de piste kwam om de renners in actie te zien, maar vooral om bier te drinken en van andere geneugten te genieten keek hij mij met een doordingende blik aan en zei: ,,Dat mag dan zo zijn, maar ik heb nog nooit een zesdaagse gezien zonder coureurs. Jij wél?” De moraal van deze opmerking. Er kan gebeuren wat wil, maar het draait om de renners, het draait om de sport.
À propos, voor ik het vergeet wil ik even terugkomen op de Amstel Gold Race en het ontbreken van een aantal vaderlandse toppers daarin. Ik zei zojuist dat zoiets in vroegere tijden onmogelijk was, maar dat moet ik toch even nuanceren. Bij de eerste editie (30 april 1966, start in Breda, finish in Meerssen) waren namelijk óók sommige vaderlandse kopstukken afwezig, hoewel dat een andere reden had dan thans. De Goldrace was toen, in de optiek van de professionele wielerwereld, niets anders dan een nieuwe wedstrijd die nog maar moest bewijzen een race met allure te worden. Daarom was, bijvoorbeeld, Arie den Hartog door zijn Franse ploegleider niet eens opgesteld in het team dat naar Nederland werd afgevaardigd. Arie (die overigens een jaar later zegevierend de finish in Meerssen bereikte!) moest zich in het land van zijn sponsor gewoon prepareren op een ander evenement. En uitgerekend de vaderlandse topploeg uit die jaren, TeleVizier, schitterde grotendeels door afwezigheid omdat chef d’equipe Kees Pellenaars reeds maanden eerder een overeenkomst had bereikt met de organisatoren van de Ronde van Spanje . Die werd destijds nog in het voorjaar gehouden. Dus waren klassiekerkoning Jo de Roo, Bas Maliepaard, Gerben Karstens, Henk Nijdam, Leo Knops, Jos van der Vleuten, Cees Haast en nog zo’n paar landgenoten op de Spaanse wegen in actie toen hun teamgenoten Piet Rentmeester, Jo de Haan, Bart Zoet, Cees van Espen en Huub Harings met een dikke honderd collega’s aan de Goldrace begonnen.
Ter herinnering: Jean Stablinski won deze première over ruim 300 kilometer vóór Bernard van de Kerkhove en de ongelukkig Jan Hugens die in de laatste honderden meters met een onwillige ketting moest afrekenen. De Belg Marcel Geeraerts werd vierde op twee minuten, net vóór Peter Post, Cor Schuuring en de rest van een uiteengerafeld veld. Of er naast Hugens nog andere Limburgers werden geklasseerd? Jazeker. Jan Schröder uit Koningsbosch werd vijftiende, Wim Schepers zeventiende, Gène Beckers zevenentwintigste, Huub Harings achtentwintigste en Jef Drummen dertigste. Toppers als Jacques Anquetil, Rudi Altig en Jan Janssen hadden anderhalf uur eerder, bij de eerste doorkomst in Meerssen, de remmen dichtgeknepen. Ab Geldermans, Raymond Poulidor, Rolf Wolfshohl en een paar anderen van dit kaliber deden dit niet, maar liepen wel pas ná Drummen binnen.
Dat was allemaal in 1966. We zijn intussen ruim een halve eeuw verder, maar net als toen kijk ik met spanning uit naar het koersverloop anno 2017. U toch ook? Koersdirecteur Leo van Vliet en zijn rechterhand Roy Packbier zullen er trouwens gegarandeerd op wijzen dat het niet gaat om de afwezigen, maar wél om degenen die rijden. Daarom, laat ze maar vlammen, de kleppers van nu, zoals Valverde, Van Avermaet, Gilbert, Stybar, Sagan (?), Langeveld, Slagter, Van Baarle, Gasparotto, Kwiatkowski, Wellens, Matthews en alle anderen die de presentielijst zullen tekenen. Daaronder bevinden zich ook de acht man van de Poolse ploeg CCC, ondanks het feit dat alle fietsen in de afgelopen nacht uit de vrachtwagen van hun ploeg zijn gejat. Daardoor is in allerijl reservemateriaal moeten worden ingevlogen. In ieder geval, een fijne wielerdag en voor nu: hartelijk dank voor Uw aandacht.
Wiel Verheesen