Column door Wiel Verheesen in ’Limburgs Wielercafé’ op maandag 6 februari 2017 in Café Leeuw aan de Brug, Valkenburg.

Marco Gouka    7 februari 2017

Jules Deelder is toch niet in de zaak, hé? Anders zou ik hem willen vragen om de eerstvolgende vijf à zes minuten – want langer duurt deze column niet – zijn mond te houden. Ik heb namelijk geen zin om gehinderd te worden door een collega-AOW’er uit Rotterdam. Die is in zijn vakgroep weliswaar niet de minste, maar ook van hem mag toch net als van elke sterveling een bepaalde vorm van fatsoen gevraagd worden, bijvoorbeeld de mond dicht houden als andere mensen aan het woord zijn. Bovendien, ik ben zelf oud en alcoholist genoeg om mijn mening te ventileren. Daar heb ik andere zelfbenoemde coryfeeën uit de rest van het land én Jules Deelder niet voor nodig. U herinnert zich wellicht nog het televisieprogramma waarin deze fan van de voetbalclub Sparta echt hinderlijk aanwezig was, waarmee weer eens bewezen werd dat je niet in een boom hoeft te hangen om een eikel te zijn.

Goed, daar wil ik het verder niet meer over hebben. Gelukkig koester ik andere herinneringen, bijvoorbeeld aan de tijd toen in Limburg nog reikhalzend werd uitgekeken naar het clubkampioenschap van de TWC Maastricht op de Adsteeg in Beek, halverwege maart. Dat kampioenschap van Limburgs grootste wielervereniging betekende vroeger namelijk de opening van ons wegseizoen. Een enkele Vlaamse voorjaarsklassieker was weliswaar al verreden, maar daar kregen wij in mijn prille jeugd nog niet zo héél veel van mee, althans niet via de televisie. Die begon eigenlijk pas halverwege de jaren zestig met rechtstreekse uitzendingen. Niettemin, wat hebben we genoten van de titelstrijd die ’Maastricht’ onder leiding van de onvergetelijke Toine Gense ons voorschotelde. Ik zie nú nog  Sjefke Janssen, Piet Haan, Henk en Leo Steevens, Hein Gelissen, Kees Boelhouwers, Huub Leunissen en Jef Lahaye de kampioenstrui veroveren, gevolgd door Nol Ehlen in 1959. Aan de voet van de Adsteeg had Nol zeventig meter genomen op de uitgedunde groep. Aan de finish had hij er daarvan nog negenenzestig over. Frits Ramakers, Piet van den Brekel, Jef Lahaye, Sjra Vergoossen, Harry Kisters, Tom Tubee, Jean Hermans, Jan Doek, Willy Boss, Marcel Nelis, Frits Knoops, Pierre Steenbakkers en de rest van het langgerekte lint hadden in deze volgorde het nakijken. He moest Nol Ehlen geen zeventig meter geven.

In het begin van de jaren zestig legden onder meer Mart van der Borgh, Leo Knops, Jean Bastin, Jan Hugens, Frits Knoops en Jan Schröder op de titel beslag. Overigens, er werden twee kampioenen uitgeroepen: eentje bij de profs en onafhankelijken, eentje bij de amateurs. Later was de Adsteeg wél nog het strijdtoneel van de nationale kampioenschappen, maar voor de clubtitelstrijd week TWC Maastricht (de voorloper van de huidige TWC Maaslandster) uit naar parcoursen elders in de provincie, bijvoorbeeld naar Munstergeleen, Hoensbroek, Berg en Terblijt, Heer, et cetera, waar Jan Tummers, Eddy Beugels, Jan en Ger Harings, Jan Krekels, Wim Wanders, Bennie Ceulen, Peter Schroen, Peter Harings, Jean Habets, zo zou ik nog wel even kunnen doorgaan, de zege opeisten. Fred Rompelberg bracht het eind jaren zeventig, begin tachtig zelfs tot zes proftitels. Een clubrecord. Zijn tegenstanders zouden dagen na diens machtsgreep nog op apegapen hebben gelegen, werd verteld, maar dat mag U gerust met een kilo zout nemen.

Hoe anders is het in het moderne tijdperk, de eenentwintigste eeuw. Met name de profs hebben nú al, begin februari, de nodige kilometers in de benen. Ze hebben woestijnzand voor de kiezen gekregen in het midden-Oosten, ze hebben de kangoeroes gezien in Australië en ze hebben óók – als de omstandigheden zich daartoe leenden, want uiteindelijk moest er gefietst worden – tevens

kunnen genieten van de palmbomen aan de Middellandse Zee. Prachtig, toch? Ploegleider Frans Maassen is met een Lotto-Jumboteam al naar verre oorden getrokken. Wout Poels op zijn beurt heeft reeds een kleine duizend wedstrijdkilometers in de benen. Naar Tom Dumoulin, Roy Curvers, Mike Teunissen en andere hardfietsende Limburgers kijken we eveneens met veel belangstelling uit. Tegelijk komen de verwachtingen naar boven. Geeft Dumoulin de Giro d’Italia extra kleur? Gaat Poels weer voor succes in de Ardennen en wellicht ook in hooggenoteerde rittenkoersen, inclusief de Tour? Zal Curvers opnieuw de machinist van de sprinttrein bij zijn ploeg blijven? En maakt de óók al genoemde Mike Teunissen grotere stappen op weg naar de top? Vragen, allemaal vragen. Maar ze onderstrepen het verlangen van iedere rechtgeaarde wielerliefhebber naar het grote werk dat komen gaat, ook voor Rob Ruijgh, Mitch Groot en andere Limburgers die hopen op een sportief geslaagde jaargang.

Nee, over bestuurlijke zaken in het land van bronsgroen eikenhout wil ik het deze keer niet hebben. Dát laat ik over aan de KNWU, aan het district Limburg, aan de clubs, de organisatiecomité’s, het nieuwgevormde Cycling Limburg-gezelschap en – niet te vergeten – het provinciebestuur. Mocht er desondanks nog behoefte zijn aan een overkoepelend instituut dan kijk ik met veel belangstelling uit naar de rapporten die daar eerst over geschreven worden. Want, uiteindelijk, vergeet dat niet, moet het wiel telkens weer opnieuw worden uitgevonden. Ter verduidelijking: Persoonlijk heb ik niet zo gek veel met rapporten. Bij het opruimen van mijn archief ben ik namelijk weer verschillende vijfjarenplannen tegengekomen, zelfs uit de periode toen Tom Dumoulin nog in de luiers lag. Samengevat: ik vind 100 gram praktijk méér waard dan een ton theorie. Voorlopig hoop ik echter vooral op mooie wedstrijden. En het gekrakeel in de marge daarvan hoort er gewoon bij. Maar vooral hoop ik óók dat persfotograaf Wouter Roosenboom – die vorige week bij een ernstig auto-ongeluk betrokken is geraakt – weer snel en volledig herstelt, precies eender als oud-Tourrenner Ad Wijnands die een keiharde strijd voert tegen een gevreesde ziekte. Bedankt voor Uw aandacht.

Wiel Verheesen

Een gedachte...

Commentaren gesloten