Column Limburgs Wielercafé 31 oktober 2016

Marco Gouka    1 november 2016

Column van Wiel Verheesen in het Limburgs Wielercafé / Vrienden Club van Honderd, maandag 31 oktober 2016, café ’Leeuw aan de Brug’ te Valkenburg. Eerder had ’gastheer’ Wim van Duivenbode een In Memoriam uitgesproken n.a.v. het overlijden van voorzitter Jo Dorscheidt, waarna door de vele aanwezigen één minuut stilte in acht werd genomen.

===============================================

Het staat in een boek dat ter gelegenheid van een jubileumeditie van de Amstel Gold Race werd uitgegeven. Ik citeer: ’De Cauberg, niet de zwaarste, niet de steilste, niet de smalste en niet de langste klim. Maar wél de beroemdste wielerberg van Nederland. Ontelbare verhalen zijn geplaveid op dit monument van het vaderlandse cyclisme.’ Zo gaat het in dat boek verder. ’De beul van Valkenburg’ ligt op een steenworp afstand van de plek waar wij nu staan. Marcel Kint en Briek Schotte, twee Flandriens die al de eeuwigheid zijn binnengefietst, hebben er respectievelijk in 1938 en ’48 de regenboogtrui veroverd. Jan Raas, Jan Allemachtig, deed dat in 1979. Beroepshalve heb ik van dit wapenfeit – net als de hier aanwezige Bennie Ceulen – verslag uitgebracht in het Limburgs Dagblad, zoals dat ook gebeurde in ’98 toen een vroegere postbode uit Zwitserland, Oskar Camenzind, naar de overwinning soleerde nadat onze bloedeigen Michaël Boogerd door een lekke tube achteruit was geworpen. De geslaagde greep naar de regenboogtrui door Philippe Gilbert, een paar geleden, hebben Ceulen en ik natuurlijk ook van dichtbij meegemaakt. Bennie als mede-organisator, ik als pensionado met een lekkere pils in de hand.

A propos, hier hebben zich ook buiten de wielersport onvergetelijke en soms tragische gebeurtenissen afgespeeld. Wat dit laatste betreft hoeven we maar terug te denken aan de late zomer van het oorlogsjaar 1944 toen op de Cauberg twee Limburgse verzetsstrijders in koelen bloede door de nazi’s werden vermoord. En wat te denken van het ongeluk in 1954? De chauffeur van een Belgische toeristenbus verloor bij de afdaling van de berg door problemen met de remmen de controle over het stuur en ramde op het Grendelplein het monument. Negentien mensen vonden de dood.

Laat me echter snel terugkeren naar de sportieve hoogtepunten op dit stukje Nederlandse wielergrond waar de Fransman Gilles Délion en de Duitser Matthias Kessler respectievelijk in 1992 en 2006 een Tour de France-etappe wonnen, waar al veertien keer de eindstreep heeft gelegen van de Amstel Gold Race of waar – veel langer geleden – John Braspenninx op een wel heel speciale wijze Nederlands kampioen bij de profs werd. Dat gebeurde – schrik niet – in1942. Ik denk niet dat hier mensen aanwezig zijn die het nog live hebben meegemaakt. In elk geval, mét de Zaankanter Cees Bakker reed Braspennincx op kop toen eerstgenoemde in de buurt van de Grendelpoort slipte en de West-Brabander in zijn val meesleurde. Braspennincx vloog zelfs door de etalageruit van een juwelierszaak. Einde verhaal, zou je denken, zeker omdat een kilometer of tien verder de eindstreep lag. Moest je net bij ’den Bras’ zijn. Die genoot niet alleen als wielrenner een reputatie . Hij werd ook nog eens de ’koning der smokkelaars’ genoemd omdat hij aan het hoofd stond van een gigantische organisatie op dit gebied. Braspennincx en zijn ’firma’ leverden vuurgevechten met douaniers, voor zover die zich eerder niet hadden laten omkopen. En als het moest werd er met vrachtwagens of pantservoertuigen door wegversperringen gereden. Nee, Braspennincx kreeg je niet klein met een duik in een etalageruimte. Hij kroop naar buiten, trok de glasscherven uit zijn lichaam, greep de fiets van de net gedubbelde buurtgenoot Maurice Buuron en reed in ijltempo terug naar Bakker. Die werd vervolgens doodgewoon uit het wiel gereden.

Onder meer Theo Middelkamp, Gerrit Schulte, Wim van Est, Hans Dekkers, Adri Voorting, Thijs Roks én en Limburger Sjef Janssen zijn op de Cauberg óók nationaal kampioen geworden. En Jef Lahaye glorieerde in 1958 toen het kampioenschap in drie ritten werd verreden met start en finish in respectievelijk Valkenburg, (waar hij won), Groesbeek en Zandvoort. Onvergetelijke tijden. Meen niet dat er nooit problemen waren. Ik kan me nog herinneren (ik zat nog op school) dat in 1954 bij de afdaling in het Sint Jansbos al tijdens de eerste ronde van het NK een massale valpartij plaatsvond. Een of meer kwaadwillige toeschouwers hadden namelijk kopspijkertjes en punaises op de weg gestrooid. In de ontstane ravage werden Limburgse favorieten als Sjef Janssen, Jan Nolten en Henk Steevens uitgeschakeld. Steevens – die een jaar eerder als amateur nog provinciaal kampioen op de Cauberg was geworden – moest zelfs naar het ziekenhuis vervoerd worden. Hij was er dus niet bij toen enkele uren later Adri Voorting naar de zege sprintte vóór Wout Wagtmans, Gerrit Voorting en Wim van Est. Kort vóór de eindrush had Gerrit Voorting zijn jongere broer gevraagd om voor hem de sprint aan te trekken. Eerzuchtige Adri uit Haarlem was dat echter vergeten toen de finish in zicht kwam. Het heeft daarna enkele jaartjes geduurd voordat de beide Voortings weer door één deur konden. Overigens, toen Adri Voorting beginjaren zestig bij een zwaar auto-ongeluk betrokken raakte, aan de gevolgen waarvan hij overleed, had hij aan zijn sterfbed de hele dag gezelschap van broer Gerrit.

Naderhand verhuisde het NK naar Beek, Simpelveld, Geulle, Meerssen, enzovoort, maar in het begin van de jaren zeventig werd toch ook weer naar de Cauberg teruggekeerd. Joop Zoetemelk won in 1971 én ’73, Tino Tabak in ’72. Toen laatstgenoemde triomfeerde vóór Joop Zoetemelk en Rini Wagtmans sleepten Jan Krekels en Ger Harings respectievelijk de vierde en vijfde plaats uit het vuur. In het laatste jaar dat Zoetemelk het rood-wit-blauw kon aantrekken werd Limburger Wim Kelleners vijfde. De NK-uitslagen bij de amateurs? 1971: 1. Jan Spetgens, 2. Wim Kelleners, 3. Mathieu Pustjens, 4. Fedor den Hertog, 5. Henk Poppe; 1972: 1. Ben Koken, 2. Jan Spetgens, 3. Frits Sluper, 4. Hennie Kuiper, 5. Jan Raas; 1973: 1. Dries (’Dolle Dries’) van Wijhe, 2. Fedor den Hertog, 3. Gerrie Knetemann, 4. Toine van den Bunder, 5. Wil van Helvoirt. Wie alle drie keer bij de dames won? Keetie Hage.

Kortom, Valkenburg en de wielersport vormen een twee-eenheid. Weet U trouwens dat er – indien alle betrokkenen nu tussen de 20 en 30 jaar jong zouden zijn – een sterke ploeg geformeerd kon worden van uitsluitend inwoners uit het Geulstadje die allen minstens een keer aan een van de drie grote ronden (Tour, Giro, Vuelta) hebben deelgenomen? Om het maar meteen te zeggen: ik bedoel Huub, Jan, Ger en Peter Harings, Theo van der Leeuw, Jean Habets, Marc Lotz, Raymond Meijs en Rob Ruijgh. En zouden we Bennie Ceulen, de Tourgedelegeerde in Nederland, dan niet mooi chef d’equipe maken? Valkenburg for ever.

Wiel Verheesen