Eerste stukje van columnist en wandelende (wieler) encyclopedie dhr. Wiel Verheesen

Marcel Gouka    4 september 2016

Beste sportvrienden, De eerste aanzet van onze sportjournalist, columnist en wandelende (wieler) encyclopedie dhr. Wiel Verheesen is een feit! Gelijk een hele mooie herinnering over Jean Nelissen: Journalist en tv commentator Jean Nelissen blijft onvergetelijk. Wijlen Jean Nelissen leerde ik kennen in het begin van de jaren zestig. Een hele tijd geleden dus. Volgens mij was Napoleon net vertrokken, maar het kan ook iemand anders zijn geweest. Doet er niet toe. Jean en ik troffen elkaar toen regelmatig op de wielerbaan van Oirsbeek. En als daar een pauze werd ingelast liepen we naar een keurig café aan de overkant om onder het genot van een drankje over wielrennen en sportjournalistiek te praten, twee activiteiten die zin hebben gegeven aan mijn leven. Ook “zaten” we in die perioden (1963,’65,’66 of daaromtrent) in de Ronde van Nederlanden Amstel Gold Race, vervolgens de grote koersen in het buitenland, inclusief de Tour. Overigens, we waren niet alleen vrienden en collega’s, we waren ook concurrenten van elkaar. Jean werkte voor de ‘gazet’ in Maastricht die toen nog de Nieuwe Limburger heette, ik was – als freelancer – niet alleen op pad voor het blad  Wielersport dat later is omgedoopt in Wieler Revue, ik was ook actief voor het Limburgs Dagblad in Heerlen én de hiermee samenwerkende kranten in Roermond en Venlo, respectievelijk Maas- en Roerbode en Dagblad voor Noord-Limburg.

Kortom, ik leerde Jean kennen en ik had respect voor hem. Hij gaf aan de dagbladjournalistiek in Limburg een nieuwe invulling. Zijn reportages in de zaterdagkrant, bijvoorbeeld, werden gevreten. Jean zocht in eigen land en ook buiten de grenzen de coryfeeën op. Tegelijk daarmee doorbrak hij de ietwat oubollige voorbeschouwingen die tot dan toe de gebeurtenissen van het naderend weekeinde markeerden. Er zijn wellicht mensen die zich dat nog voor de geest kunnen halen, zo in de trant van: ‘Maurits zal ongetwijfeld van het terreinvoordeel profiteren in de thuiswedstrijd tegen het altijd lastige Limburgia’. En meer van dat soort dingen.

In Maastricht, bij De Nieuwe Limburger, waren ze maar wát blij dat ze Jean Nelissen konden binnenhalen. hij was en werd een geducht wapen in de strijd tegen eeuwige rivaal Limburgs Dagblad. Niet alleen ontpopte hij zich als een boeiend schrijver, hij bleek ook een nieuwsjager in het kwadraat. Méér dan een keer troefde hij (ook) de landelijke bladen af met primeurs over wielerkeizer Peter Post, voetbaltovenaar Johan Cruijff en toptrainer Rinus Michels. Ik durf te wedden dat hij deze sterren van weleer hierboven bij Onze Lieve Heer alweer ontmoet heeft. En toen kwam Jean – uiteraard, zou ik willen zeggen – bij de televisie terecht waar hij als commentator van grote fietsevenementen mét zij eeuwige metgezel Mart Smeets tot een icoon uitgroeide. Televisie en krant, Jean combineerde het ene medium met het andere. een dag had bij hem een langere duur dan vierentwintig uur.

Tussendoor kwam ikzelf na mijn freelance-leven een poosje te werken bij de krant waar hij chef van de sportredactie was, derhalve De Nieuwe Limburger die naderhand De Limburger is gaan heten. Nou, in die paar jaar als sportredacteur onder supervisie van Jean heb ik het een en ander meegemaakt. Leuke ervaringen, maar ook gebeurtenissen die minder reden tot opgewektheid gaven. De samenwerking zou je in grote lijn kunnen vergelijken met een goed huwelijk. Daar kan het ook wel eens stormen. Maar altijd stond het werk voorop. Jean en ik zijn het soms gruwelijk met elkaar oneens geweest. Maar (tjonge, tjonge, tjonge) wat kwamen we ook altijd snel weer in de beste verstandhouding tot elkaar, meestal nadat we overigens zonder veel tegenzin een offer aan de goede heer Bacchus hadden gebracht.

Eind 1972 verkaste ik naar het Limburgs Dagblad, waar ik trouwens ook mijn pensioen heb gehaald. Jean bleef op zij post in Maastricht en bij de televisie. We hebben elkaar in al die jaren vele, vele honderden keren ontmoet en we zijn – ondanks het fijt dat we concurrenten voor elkaar waren – vrienden gebleven die na de spanning van alledag tijd vonden om van de goede dingen des levens te genieten. War\t ik tot slot nog kwijt wil? Ik heb het triest gevonden toen Jean in zijn jaren ná de krant en ná de televisie in de staart van het peloton terecht kwam, als U begrijpt wat ik bedoel. Ik ga daar verder niet op in, maar herinner me alleen de spreuk die ik ooit zag op de muur van mijn stamcafé met de volgende inhoud: ‘Van het concert des levens krijgt niemand een program’. Toen Jean niet meer op primeurjacht kon, toen hij niet meer midden in het sportleven kon vertoeven, knakte er iets. Veel te vroeg is hij heengegaan. Maar hij heeft geen leegte achtergelaten, althans niet in de harten van hen die hem gekend hebben, die genoten van zijn verhalen, zijn boeken, zijn commentaar. Jean blijft onvergetelijk. Iconen sterven niet’.

Wiel Verheesen
PS: Deze ingekorte column werd door mij gemaakt ter gelegenheid van de Memorial Jean Nelissen op de wielerbaan in Geleen, 1 september2016, exact zes jaar na zijn overlijden.

imagesSIY1W69X