VANAF DE ZIJKANT (1)

Wim van Duivenbode    26 januari 2015

Limburg heeft heilige wielergrond, dat komt door de geweldige historie. Maar Limburg de wielerprovincie, dat toch weer niet. Er liggen toevallig een groot aantal heuvels aan de zuidkant, vandaar de interesse van velen om lekker in Limburg te komen fietsen.

Een mooie historie dat zeker, dat begon al met Mathieu Cordang (Blerick) als eerste Limburgse wereldkampioen in 1895. Zijn kleinkind Stan Cordang is nog steeds actief als jurylid en zien we vaak als commissaris in de bezemwagen.

Ook bracht Limburg veel goede wielrenners voort. Wat te denken van Jan Lambrichs, Jefke Janssen, Jan Nolten, Jaap Kersten, Piet Haan en Martin van der Borgh. Enkele toppers tot begin jaren zestig. Daarna kwamen nog een groot aantal renners die in Nederland een gevestigde wielernaam kregen. We noemen nog even de Wereldkampioenen Danny Nelissen en Raymond Meijs en Olympish kampioen Jan Krekels.

Ongeveer 10 jaar geleden was wielrennen in Limburg op sterven na dood. Geen goede renners, geen wedstrijden (iedere gemeente had wel een witte eindstreep staan), geen trainers, geen LSE-teams, wel nog een paar clubs. Als de laatsten geen ruzie kregen was het erg rustig in Limburg. In die tijd kwamen de goede renners uit Holland waar ook de meeste wedstrijden werden verreden.

Gelukkig is daar verandering in gekomen. De wedstrijdkalender zit weer goed vol, we hebben weer trainers en clubs maken geen ruzie meer. Limburg is trots op de beste renner van het moment de Maastrichtenaar Tom Dumoulin. En we volgen Wout Poels, Roy Curvers, Mike Teunissen, Rob Ruygh en Sabrina Stultiens op de voet. En nu maar hopen dat Jaap Kooijman, Bram Nolten, Yannick Janssen, Bob Schoonbroodt, Roel van der Stegen, Tom Peters, Mitch Groot en Kyara Stijns en Kyllie Waterreus ook snel doorbreken. We worden het namelijk een beetje zat dat iedere keer weer die Hollanders de bloemen in Limburg op komen halen.

Hoe het komt dat Limburg op een enkele uitzondering bij de junioren, nieuwelingen en jeugd zo wat niet aan bod komt. Dat is duidelijk, renners en wedstrijden genoeg. Maar hoe is het mogelijk dat Limburg nog steeds geen veilig afgesloten wielerparcoursen met clubhuis kent. Dan pas kunnen we met de jeugd gaan werken en leuke dingen doen.

In de Zuidhollandse Randstad barst het van de clubparcoursen Dordrecht, Rotterdam, Westland, Den Haag, Rijswijk, Gouda, Alphen, Leiden, Lisse, Vlaardingen. Allemaal dicht bij elkaar. En juist daar komen die Hollanders, die in Limburg de bloemen opeisen meestal vandaan.

Dus Limburg wordt eens wakker. Sittard, Heerlen of Landgraaf het duurt allemaal te lang.

DUIF