Henk Steevens met 88 jaar weer op podium.

Marcel Gouka    17 februari 2020

Henk Steevens met 88 jaar weer op podium
Door Wiel Verheesen
Voordat ik afgelopen zondag mijn opwachting maakte als columnist in de maandelijkse talkshow Noa de Mes (Café Pelt, Heerlen) had ik op uitnodiging een andere leuke bijeenkomst achter de rug. Die vond plaats in Elsloo, schilderachtig Maasdorp, waar oud-Tour-de-Francerenner Henk Steevens in het middelpunt van de belangstelling stond. Zesenzestig jaar oftewel 6×11 jaar was het namelijk geleden dat hij als Prins Carnaval van de Sajelaire door het leven ging. En dat moest gevierd worden, vonden ze in Elsloo, temeer omdat Henk ook nog altijd lid van de oud-prinsen is en tevens in andere geledingen van het alledaagse leven een actieve rol speelt. Kortom, Steevens is 88 jaar oud, maar nog volop in beweging.
Overigens, zijn uitverkiezing in 1954 mocht echt wel bijzonder worden genoemd, want ofschoon het wielerseizoen voor de meeste Nederlandse profs toen rond deze periode van het jaar nog niet echt begonnen was hadden zij toch al andere zaken aan het hoofd dan carnaval vieren. Topsport is te enemale onlosmakelijk verbonden met een bepaalde leefwijze, een strak trainingsschema en noem verder maar op. In de hedendaagse tijd komt U Tom Dumoulin, Mike Teunissen of Wout Poels – om maar even de bekendste Limburgse renners te noemen – echt niet in prinsenpak tegen. De hedendaagse wielerprof is op hoogtestage of rijdt in Australië, Spanje, Colombia, Dubai en het zuiden van Frankrijk al zijn eerste wedstrijdkilometers. In de tijd van Steevens was dat dus allemaal anders en dus zette hij even de fiets aan de kant.
Eén jaar eerder – hij was 21 lentes jong en net uit militaire dienst – had hij zijn debuut in de Tour de France gemaakt nadat hij in voorafgaande weken als amateur onder meer kampioen van Limburg op de Cauberg was geworden en zowel in Aken als Hannover een koers van internationaal formaat had gewonnen. Winnen had hij trouwens ook vóór zijn soldatenperiode al veelvuldig gedaan, dus de overstap naar de profs kwam niet uit de lucht vallen. Zijn Touropteden maakte hij aan de zijde van dorps- en streekgenoten als Sjef Janssen en Jan Nolten, maar ook van kanjers uit andere delen van het land zoals Wim van Est, Wout Wagtmans, Gerrit en Adri Voorting, Thijs Roks, Hein van Breenen en Adri Suykerbiuyk. Het was nog de tijd dat de Tour met landenteams werd gereden en juist in het jaar van de jonge Steevens legde Nederland op de overwinning in het ploegenklassement beslag. Groot feest, natuurlijk. Steevens haalde overigens Parijs niet. Tegenslag en gebrek aan ervaring als profrenner dwongen hem tot opgave. Hij zou, zo luidde niettemin de verwachting, een jaar later op de Franse wegen terug keren, maar ondanks een aantal goede verrichtingen (ná zijn carnavalperiode) liet chef d’equipe Kees Pellenaars hem thuis. Henk is er nú nog van overtuigd dat er toen een smerig spelletje gespeeld is en dat hij moest wijken voor een concurrent (Juul Maenen uit Valkenswaard) wiens papa de ploegleider een aardig bedrag zou hebben beloofd als hij zoonlief naar La Grande Boucle meenam.
Steevens was een jaar of twee, drie als beroepsrenner actief. Hij reed een paar keer de Ronde van Nederland uit, koerste veel op de Belgische wegen en zat ook in de ploeg die naar de Ronde van Zuid-Oost-Frankrijk werk uitgezonden. Tevens werd hij gekozen in de vaderlandse selectie voor het WK 1954 in Solingen. Hij én de Amsterdammer Van Breenen waren de enige van de acht landgenoten die deze titelstrijd – gewonnen door Louison Bobet – tot een goed einde brachten. Een zware val op de Spaanse wegen (Ronde van Eibar) leidde het afscheid van de actieve wielersport in. Steevens liep diverse breuken en een schedelbasisfractuur op. Hij koos hierna voor een ander beroep, maar bleef de wielersport trouw, onder meer als ploegleider van de amateurs bij Ovis en Driessen Stoffen.
Eenmaal wielerman, altijd wielerman, derhalve.. De vitale Henk Steevens, de op één na oudste van de nog levende Nederlandse Tour-de-Francerenners, is het bewijs hiervan. Allicht dat ik maar wát graag naar zijn feest in Elsloo ging. Het waren een paar heerlijke uren en het ontbijt smaakte voortreffelijk. O ja, de oudste nog levende Nederlandse Tourrijder is Wies van Dongen. Deze ex-renner uit Breda, die de Ronde van Frankrijk in 1955 en ’56 reed, werd in juli 1931 geboren, Henk Steevens in oktober van dát jaar.
Wiel Verheesen