De koers van toen …. Zevenendertigste aflevering

Marcel Gouka    12 juni 2020

De koers van toen …. Zevenendertigste aflevering

Door Wiel Verheesen

Antwerpen-Ougrée is al heel lang van de wedstrijdkalender geschrapt, net als andere koersen van-stad-naar-stad waarover België als wielernatie beschikte. Voor een niet onbelangrijk deel had dit te maken met de groeiende verkeersintensiteit. Daardoor was het steeds moeilijker geworden om voldoende politiecapaciteit en seingevers te vinden voor een veilige doorkomst van de karavaan. Tevens  speelde de almaar groeiende kostenpost een rol. Kortom, het wegstrepen van deze en gene wedstrijd was onvermijdelijk. Antwerpen-Ougrée, halverwege de jaren vijftig ontstaan, vormde hierop geen uitzondering. Nederlandse fabrieksploegen zoals Locomotief, Magneet en Eroba waren er altijd graag naar toegetrokken, net als hun opvolgers WBR/Sinalco, Caballero, TeleVizier, noem maar op. De wedstrijd over dik 200 kilometer, steeds op een doordeweekse dag in april, had aanzien. Een overwinning telde. Geen twijfel mogelijk.

Na de lange aanloop vanuit de sinjorenstad lag er in en rond de aankomstplaats onder de rook van Luik  een pittig parcours te wachten. Onder meer Frans Schoubben en Yvo Molenaers, twee gerespecteerde renners uit Belgisch Limburg, hebben zich daar het sterkste getoond. Benoni Beheyt glorieerde er eveneens, notabene in 1963, het jaar waarin hij wereldkampioen werd. Weet U nog? Het was de titelstrijd in Ronse waar Rik van Looy en Jo de Haan in een veelbesproken eindsprint naar de tweede en derde plaats werden verwezen.

Pino Cerami, een andere Belg, won Antwerpen-Ougrée eveneens. Hij deed het zelfs twee jaar achter elkaar. Eddy Beugels– in het shirt van Mercier – hield het daarentegen bij één overwinning. Op indrukwekkende wijze gaf de renner uit Sittard in ’68  geen krimp tegen een jachtgroep waartoe Godefroot en Van Springel behoorden. De wedstrijd was in dat jaar overigens al omgedoopt in Ronde van Wallonië.  Na een aantal jaren hadden de organisatoren namelijk – mede door de groei in het wegverkeer – afscheid moeten nemen van Antwerpen als startplaats. Er werd uitgeweken naar Jeuk bij Sint Truiden. Weer iets later moest men echter ook hier vertrekken. Vanaf  toen werd zowel de start als aankomt in Ougrée gesitueerd. Dat maakte de naamswijziging alleen maar logischer.  Echter, rond 1970, kwam aan alles een einde. De organisatoren, murw gebeukt door alle toestanden, gooiden de handdoek. Adieu, vaarwel.  Elders in het Franstalige deel van België bleven gelukkig –  naast de Ardennenklassiekers – een paar andere koersen van niveau overeind. De …. Grote Prijs van Wallonië , bijvoorbeeld, behoorde daartoe , net als Grote Prijs Pino Cerami, genoemd naar de renner die eerst als Italiaan reed en halverwege de jaren vijftig tot Belg genaturaliseerd werd.

Pino Cerami (in 1922 geboren op Sicilië en vandaaruit naar de Borinage getrokken) was in de beginperiode van zijn profbestaan niet bepaald een hoogvlieger. Oké, hij won etappes in de Ronde van Europa en Ronde van België en zo nu en dan een kermiskoers. Hij voegde er (in ’57) zelfs het eindklassement van de rondrit door zijn nieuwe vaderland aan toe. Voor de rest lag zijn kracht echter in een helpersrol. Maar …..die status veranderde toen hij (al ver in de dertig aanbeland) opeens grote koersen ging winnen. In 1960 schreef hij zowel Parijs-Roubaix als Waalse Pijl op zijn naam. Weer een jaar later reed hij naar winst in Parijs-Brussel en de Brabantse Pijl. En in de tussenperiode had hij ook nog een groot aandeel in de eerste wereldtitel die Rik van Looy op de Sachsenring veroverde. Zelf sleepte Cerami bij deze gelegenheid in de toenmalige DDR , 1960, de bronzen plak uit het vuur.

Alsof dit alles – naast ereplaatsen in het klassieke genre – nog niet genoeg was pakte hij bij zijn vijfde, tevens laatste deelname aan de Tour de France, 1963, ook nog een etappezege. Die overwinning in Bordeaux-Pau kreeg zelfs om meerdere redenen een apart plaatsje in het geschiedenisboek. Niet alleen gaf hij supersprinter Darrigade en andere koplopers met één seconde verschil het nakijken, Cerami was op dat moment ook nog eens …. 41 jaar en 95 dagen oud. Daarmee is hij  nog steeds de oudste ritwinnaar in de Ronde van Frankrijk. Overigens, ook buiten dit kunststukje mag zijn Tourverleden niet alledaags genoemd worden. Ga maar na, in 1949, zijn debuutjaar, verdedigde hij nog de Italiaanse kleuren, hoewel hij niet tot de A-ploeg behoorde met Bartali en eindwinnaar Coppiin de gelederen. Nee, hij zat bij de Cadetti, het B-team. Parijs haalde hij trouwens niet. Bij zijn tweede deelname (in ’57) was hij lid van de Belgische afvaardiging. Toen reed hij de rondrit wél uit, maar een jaar hierna verdween hij opnieuw vroegtijdig uit de strijd. Het deed verder niets af aan de waardering die hij als helper had.

Bij zijn twee laatste Tourstarts, telkens in de Peugeotploeg, was er echter iets wezenlijks veranderd. Niet alleen had hij met zijn overwinningen op het hoogste niveauaanzien verworven. Ook de invoering van de merkenformule in plaats van landenteams was een feit geworden. Vrijwel tegelijk daarmee (én met het einde van Cerami’s lange loopbaan) had bovendien nóg een andere omwenteling de intrede gedaan, namelijk de komst van Eddy Merckx. En met de zege van ’de kannibaal’  in 1966 kreeg ook de enkele jaren eerder ontstane Grote Prijs Pino Cerami een bekendheid waarop de naamgever zo trots was als een pauw. Hij werd dat nog meer toen ook Knetemann, Zoetemelk, Hinault, Freuler, Tchmile en andere toppers de rit over de vaak slecht geplaveide wegen van ’zijn’ Borinage naar zich toe trokken.

Een paar van die edities heb ik destijds meegemaakt, eentje zelfs van start tot finish in de ploegleidersauto bij Ton Vissers. Ik moest hem interviewen voor een verhaal in de Amstel Gold Race-bijlage van de krant waar ik werkte, het Limburgs Dagblad. Echter, los hiervan, het was telkens een leuke ervaring om te zien hoe Pino Cerami van ’zijn’ Grote Prijs genoot. Hij begroette iedereen die hij tegenkwam. Soms stapte hij in de startzone enthousiast en gastvrij met uitgestoken handen naar een oude bekende die hij tien minuten eerder ook al vreugdevol had omarmd. Pino Cerami blies in september 2014 zijn laatste adem uit. De geboren Siciliaan werd  92 jaar.

Wiel Verheesen

Een gedachte...

  1. Rob Pelt

    Goed stuk, zeker het deel van Pino Cerami! Was een zeer aimabele man, die op hoge leeftijd nog een mooie handtekening kon zetten👍. Wedstrijd naar hem genoemd is, vaker onder slechte weersomstandigheden, voor veel coureurs te zwaar. Met goede winnaars trouwens!

Commentaren gesloten