De koers van toen …. Vierenzestigste aflevering

Marcel Gouka    15 september 2020

De koers van toen …. Vierenzestigste aflevering

Door Wiel Verheesen

’Mir wölle bleiwe wat mir sin.’ Dat is Luxemburgs en betekent: Wij willen blijven wat we zijn. Ik dacht daaraan toen ik zag dat vandaag, dinsdag 15 september 2020, het startschot klinkt voor de vijfdaagse rondrit door het Groothertogdom. En hoewel de aandacht van de wielerwereld natuurlijk nog volop uitgaat naar de Tour, zijn ze in Luxemburg best trots op het deelnemersveld in hún evenement. Onder meer Philippe Gilbert en John Degenkolb, allebei supervroeg door tegenslag uit de Ronde van Frankrijk geworpen, maken er deel van uit.

Overigens, U mag best weten dat ik aan de Ronde van Luxemburg so wie so de nodige herinneringen bewaar. Geen wonder, want In de decennia vóór mijn vervroegd pensioen (binnenkort 20 jaar geleden !) heb ik zeker vijfentwintig keer de koers als verslaggever gevolgd.  De rondrit was niet alleen vanwege het geaccidenteerde parcours allesbehalve gemakkelijk, maar stond tevens in het teken van de grote gebeurtenis die hierna volgde: de Tour de France. Dus waren ook heel wat renners aanwezig die naar La Grande Boucle trokken en voor journalisten voldoende tijd vrij maakten voor interviews, juist mét het oog op die naderende Tour. De coronacrisis heeft er voor gezorgd dat het dit keer niet de Ronde van Frankrijk is die voorbereid wordt, wél het WK en de klassiekers in de komende weken.

De eerste keer dat ik in de Ronde van Luxemburg mijn opwachting maakte was in ….. 1965. De legendarische Charly Gaul was toen nog van de partij, net als Rik van Looy, Reybrouck, Anglade, Den Hartog, Karstens, Jo de Roo en zo’n vijftig anderen. De uiteindelijke winnaar werd Vic Denson, een Engelsman. Waarom ik mij die editie óók nog goed herinner? Een collega die bij de krant niet op de sport-, maar op de streekredactie zat, was met mij meegegaan. Hij had er een paar vakantiedagen voor over om iets van wielersfeer te proeven. Wat? Hij leerde er een mooie Hollandse meid kennen die in Luxemburg-stad als serveerster werkte. Een jaar later trouwde het stel in Roermond. Ik was namens de bruid een getuige bij dit huwelijk.

De Ronde van Luxemburg is de tachtigste in het bestaan. Toch meldt de erelijst drie edities die men in deze opsomming  terzijde laat. Het betreft de drie die tijdens de oorlog werden gehouden. Waarom de Luxemburgers ze niet meetellen? Zij waren niet alleen zoals andere landen door nazi-Duitsland bezet, maar ook nog eens ’gewoon’ aan het Derde Rijk toegevoegd. Dat hield o.a. in dat jongemannen uit het Groothertogdom werden opgeroepen voor het Duitse leger. Het kostte velen hun leven. Mede daarom heeft men in Luxemburg de oorlogs-edities van hun wielerronde onder het stof opgeborgen. ’Mir wölle bleiwe wat mir sin.’ Ik zei het toch al. Nou dan?

Tien Nederlanders zijn zegevierend uit de race tevoorschijn gekomen. Arie den Hartog (1964) was de eerste, gevolgd door Bert Pronk en Bert Oosterbosch. Nu ik deze namen hier tik realiseer ik mij dat ze alle drie al niet meer onder ons zijn. In jaargang 1985 – toen Jan Raas bij Kwantum Hallen zijn rennerscarrière afsloot en in Luxemburg als ploegleider debuteerde – legde Jelle Nijdam op de overwinning beslag. Steven Rooks (’86), Michel Cornelisse (’89), Gert-Jan Theunisse (’91) en Frans Maassen (’94) volgden nog vóór de eeuwwisseling. Daarna hebben alleen Joost Posthuma en Maurits Lammertink hun naam op de erelijst kunnen bijschrijven.

Daar staan overigens illustere buitenlanders op zoals Schotte, Bobet, Maertens, Verbeeck, de Russische ’staatsamateur’ Barinov, Hinault, Vandenbroucke, Lance Armstrong (’98, na zijn behandeling tegen kanker), Voeckler, Van Avermaet, noem maar op, zonder de helden van Luxemburgse bodem te vergeten. Mathias Clemens, de winnaar van de eersteling in 1935, pronkte zelfs vijf keer op het hoogste podium. Charly Gaul hield het bij drie zegepralen. Anderen zoals Goldschmidt, Diederich, Ernzer, Schutz,  Didier en Fränk Schleck bleven op één of twee overwinningen steken. Wat overigens nooit veranderde is het laaiende enthousiasme van de Luxemburgers voor hún ronde. Hoe meer buitenlanders er naar toekomen, hoe mooier men het vindt.

Desondanks keken koersdirecter Josy Scuri en zijn medewerkers verbaasd op toen zich voor de wedstrijd in 1991 zo’n kleine zeventig vertegenwoordigers van de media meldden. Dat was dus echt wat anders dan de 10 of 15 journalisten die normaliter een accreditatie aanvroegen. Vooral  Nederland, dat meestal met drie of vier verslaggevers aanwezig was, kwam met een armada van ruim twintig persmensen afgezakt. Het had allemaal te maken met Gert-Jan Theunisse, de Brabander die precies één dag minder van zijn eenjarige dopingschorsing had mogen uitzitten om nog aan de Ronde van Luxemburg te kunnen deelnemen. Hij won trouwens in het shirt van TVM de eerste etappe door Frans Maassen in de sprint te verslaan. Theunissen gaf die leiderstrui niet meer af. Nog dezelfde maand schreef hij ook de Ronde van de Spaanse Mijnvalleien op zijn naam om vervolgens fris en monter aan zijn zoveelste Tour te beginnen. Daarin kon hij weliswaar zijn prestatie van twee jaar eerder (vierde in de eindstand, winnaar van de etappe naar Alpe d’Huez) niet herhalen, maar hij was terug aan het front. Dát alleen vond hij prachtig. Het was overigens de Tour waarin een andere Nederlandse ploeg, PDM, vanwege de Intralipid-affaire ziek en ontredderd opgaf.

Ook al omdat Theunisse geregeld met zijn lichaam in de clinch lag waar het de verhouding testosteron ten opzichte van epitestosteron betrof kwam hij  geregeld in het verdachtenbankje van doping terecht. Het deed verder niets af aan zijn rol in de vaderlandse wielersport. Hij is nog altijd de laatste Nederlander die als bergkoning uit de Tour kwam. We moeten dan terug naar 1989 toen hij dus – zoals gemeld – in een solo van 130 kilometer over de toppen van de Alpen zweefde. Eén jaar eerder had hij trouwens ook de Clasica San Sebastian gewonnen. Naderhand werd hij – ondanks slijtageverschijnselen aan zijn lijf – een uitstekend mountainbiker. Kortom, de nu 57-jarige Gert-Jan Theunisse – die zes keer de Tour reed, vier keer de Vuelta, twee keer de Giro – blijft onvergetelijk.

Wiel Verheesen

Een gedachte...

  1. Sjra van Horne

    Hallo Wiel,
    De gelukkige was volgens mij Bertje Nabben die eerst in Neer in het Achterste Veurtje en later in Neeritter woonde.
    Hij was afkomstig uit Sevenum en een kleurrijk figuur die vaak na de raadsvergadering mee doorzakte in het café in Haelen.
    Jammer genoeg kon hij het leven niet aan en stierf jong.
    Met vr. gr,
    Sjra van Horne

    PS: Met veel plezier lees ik telkens weer jouw bijdragen

Commentaren gesloten