Vuelta van vroeger (tweede aflevering) door Wiel Verheesen

Marcel Gouka    26 augustus 2019

Ze vlogen het avontuur tegemoet, de zes Nederlandse renners die in de lente van 1946 aan de Ronde van Spanje deelnamen. Een avontuur, jazeker, want na vijf jaren oorlog en Duitse bezetting kwamen ze er eindelijk weer eens uit. En dit keer dus niet voor een alledaagse koers in eigen land of op de Belgische wegen, maar in een evenement dat internationale erkenning zocht. Bovendien, de wedstrijd (7-30 mei, inclusief drie rustdagen) vond vroeg genoeg in het seizoen plaats om er naderhand nog de vruchten van de plukken mocht succes op het Iberisch schiereiland onverhoopt achterwege blijven. Dat laatste bleek overigens een voorbarige vrees. Behalve een paar dagsuccessen sleepte Jan Lambrichs namelijk de derde plaats uit het vuur, waarmee zijn rol van kopman bij ’Holanda’ uiteraard werd onderstreept. Een dergelijke eindklassering in een grote ronde was tot dan toe nog nooit door een landgenoot behaald. De stijlrijke renner uit Bunde (die naderhand ook nog geruime tijd in Kerkrade woonde)  had trouwens vóór de oorlog al voor een Nederlandse wielerprimeur gezorgd door in de Tour de France van 1939 als achtste te eindigen. Een nationaal record dat pas veertien jaar later door Wout Wagtmans (5de) verbeterd zou worden. Kortom, Jan Lambrichs was een wielerprof waarmee men rekening diende te houden.

In de Ronde van Spanje was hij overigens niet de enige Limburger die de presentielijst tekende. Sjaak Sijen (Maastricht) en Sjef Janssen (Elsloo) hadden de uitnodiging voor deelname eveneens geaccepteerd. Bovendien, de leiding van het team berustte bij een andere Limburger, de toen 29-jarige journalist Martin W. Duyzings uit Valkenburg. Die schreef over de bewuste Vuelta nog een boek dat destijds gretig aftrek vond. ’Dertig dolle dagen Spanje’ luidde de titel en zowel de drie renners uit het zuiden van de provincie, alsook hun collega’s Frans Pauwels, Charles van de Voorde (uit Zeeuws-Vlaanderen) en de West-Brabander Cees Joosen waren het met de benaming roerend eens. Anders kon men nog altijd voor een bevestiging terecht bij Chris van Dooren, de altijd goedgemutste Maastrichtenaar (en chauffeur bij de ENCI-fabriek aldaar) die door ploegbaas Duyzings als soigneur was aangetrokken. In startplaats Madrid kreeg men van organisatiewege Bloc Centauro, een Spaanse fabrikant van blocnotes als shirtsponsor toegewezen, alsmede een chauffeur en mecanicien. En toen kon het beginnen. De Spaanse renners waren qua aantal uiteraard het sterkst vertegenwoordigd. Voor de buitenlandse inbreng naast Nederland zorgden Portugal en Zwitserland die ieder vijf man hadden afgevaardigd.

Met name de Spanjaarden die de kleuren van de bandenfabrieken Galindo en Pirelli verdedigden zaten mekaar geregeld in de haren, maar voor het overige regelden de ’thuisrijders’ en hun respectievelijke begeleiding het zodanig dat de eindzege niet de grens over zou gaan. Met andere woorden, Jan Lambrichs die zich achter de latere eindwinnaar Dalmacio Langarica in de top van het klassement nestelde kreeg te maken met een gigantische coalitie die hem dwars zat. Bovendien raakte hij de steun van Janssen, Sijen en Van de Voorde kwijt. Zij waren om uiteenlopende redenen zoals ziekte, gebroken sleutelbeen of maagklachten vanwege grote hoeveelheden olijfolie vroegtijdig naar huis gegaan. Tijdens de slotfase werd het qua Spaans chauvinisme helemaal te gek. In het hotel waar de Nederlandse ploeg op een bepaalde avond was ingetrokken lag een brief met daarin een doodsbedreiging aan het adres van de Nederlandse kopman indien hij het waagde de Vuelta ten koste van Langarica te winnen. Bovendien moest hij een andere Spanjaard, Julián Berrendero, in de slotetappes geen strobreed in de weg leggen als die van de derde naar de tweede plaats wilde stijgen. Het dreigement werd serieus genomen en verzorger Chris van Dooren sliep de voorlaatste nacht op de gang, vóór de deur van de kamer waarin Lambrichs de nacht doorbracht. Chris had een ijzeren staaf in handbereik. Er liet zich geen indringer zien, maar Berrendero ’ontfutselde’ Lambrichs toch nog de op een na hoogste podiumplek. Speciale politiebewaking die de Limburger kreeg (twee motoragenten bleven naast het uitgedunde peloton in zijn buurt) veranderde daar niets aan.

Na afloop reed Jan nog een paar criteriums in Spanje. Een uitnodiging om een jaar later weer deel te nemen aan de Vuelta legde hij naast zich neer. Pauwels en Van de Voorde gingen wél terug, dit keer met als landgenoot alleen de Beverwijker Arie Vooren aan hun zijde. Een ritzege viel het drietal niet ten deel. Het zou nog jaren duren voordat Nederland in de Spaanse rondrit weer van zich deed spreken. Lambrichs had toen echter (herfst 1954) de racefiets aan de kant gezet. Hij was kastelein, vertegenwoordiger van een rijwielfabriek en in de overblijvende vrije tijd ploegleider van Limburgse amateurteams geworden. Hij stierf 28 januari 1990 op 74-jarige leeftijd.